Energiearmoede bij 1 op de 5 gezinnen

Ruim één op de vijf Belgische gezinnen leeft in energiearmoede, een percentage dat al enkele jaren stabiel blijft. Dat blijkt uit de jaarlijkse Barometer Energiearmoede. En dit ondanks een daling van de stookolie- en aardgasprijzen van 2014 tot de eerste helft van 2016. Vooral alleenstaanden en eenoudergezinnen worstelen met de energiefacturen. Mensen die met energiearmoede kampen, geven ook veel vaker aan in slechte of zeer slechte gezondheid te verkeren. Dat meldt de Koning Boudewijnstichting.

In 2016 had 14,5 procent van de gezinnen te maken met gemeten energiearmoede, wat betekent dat hun energiefactuur 11,8 procent of meer van hun beschikbaar inkomen opslokt. Daarnaast is er in 3,8 procent van de gezinnen verborgen energiearmoede: zij beknibbelen zodanig op hun verbruik dat ze minder dan de helft verbruiken dan wat even grote gezinnen in vergelijkbare woningen verbruiken.

Tot slot is er de subjectieve energiearmoede: 4,9 procent van de gezinnen verklaart onvoldoende financiële middelen te hebben om de woning te verwarmen.

Wallonië
De energiearmoede is merkelijk groter in Wallonië. Daar leeft 20,4 procent van de gezinnen in gemeten energiearmoede, tegen 11,4 procent in Vlaanderen en 13,4 procent in Brussel. Waar 4,7 procent van de koppels leeft in gemeten energiearmoede, is dat bij alleenstaanden 28 procent en bij eenoudergezinnen 18,6 procent.

Van de totale bevolking verklaart 8,8 procent in slechte of zeer slechte gezondheid te zijn. Bij mensen in gemeten energiearmoede is dit liefst 19,4 procent. 

De Barometer Energiearmoede wordt op vraag van de Koning Boudewijnstichting uitgevoerd door teams van de Universiteit Antwerpen en de ULB.