“Bejaarden opgesloten in bezemkast, de billen dichtgeplakt": schrijnende toestanden in Antwerpse ZNA-ziekenhuizen

Na publicatie van het schrijnende verhaal van Maria ontving de krant Het Laatste Nieuws meer dan honderd getuigenissen over de geriatrie van Ziekenhuis Netwerk Antwerpen of ZNA, met 2.500 bedden het grootste fusieziekenhuis van ons land. De 91-jarige Maria overleed in het Borgerhoutse ZNA Stuivenberg na, volgens haar dochter, zes weken lang onmenselijk te zijn behandeld. Haar verhaal werd de afgelopen weken in veelvoud bevestigd. Een selectie van de getuigenissen maakt duidelijk dat de zorg voor ouderen in ZNA vaak leidt tot een nachtmerrie. 

Billen worden dichtgeplakt, moeilijke oudjes opgesloten in de bezemkast. Het middageten wordt neergezet en onaangeroerd weer opgehaald. De noodknop is vaker buiten dan binnen bereik. Wie toch op een mobiel toilet gezet wordt, zit daar soms een uur, de deur open, zichtbaar voor iedereen die voorbijkomt. “Ik vind mijn moeder vaak terug in haar eigen uitwerpselen. ‘We kunnen niet alles tegelijkertijd doen’, is de reactie van de verpleging.”

Dirk Boschmans
Meer dan eens breekt Dirk Boschmans als hij het over zijn Moeder heeft, met hoofdletter, zoals hij het steevast schrijft. Johanna De Beukelaer, 97 jaar en tot dan zelfstandig - “Ze rijdt nog elke dag met de auto om boodschappen” - wordt begin mei 2018 opgenomen in ZNA Jan Palfijn met een longontsteking. “Na vier dagen is al beslist haar in coma te helpen. We worden hiervan telefonisch verwittigd”, zegt Dirk. “Mijn moeder heeft volgens de arts haar akkoord gegeven. Mijn vrouw, zelf verpleegkundige, fronst de wenkbrauwen en bespreekt het met mijn moeder. Dat de kans bestaat dat ze niet meer wakker wordt of dat ze in een rolstoel terechtkomt. Mijn moeder heeft geen idee. Ze heeft geknikt terwijl een dokter aan het voeteind van het bed stond, maar wist niet wàt er gezegd werd. Ze wil niemand tot last zijn en gelooft dat de dokters het het best weten. Als duidelijk is wat de ingreep betekent, zegt ze resoluut ‘nee’. Ze wil bij haar kinderen en kleinkinderen zijn tot de laatste snik. Afscheid kunnen nemen als het einde dan toch in zicht is. Na discussies met de behandelende arts, wordt het plan aan kant gezet. Geen coma.”

Billen dichtgeplakt
De nachtmerrie is nog maar net begonnen. “Er wordt elke dag bloed getrokken en meermaals per dag worden er foto’s van de longen genomen, vaak al om 6 uur ’s morgens”, zegt Dirk. “Gevraagd naar de resultaten, luidt het antwoord dat ze de foto’s nog niet bekeken hebben. De dagelijkse zorg ontbreekt ondertussen volledig. Ik vind mijn moeder vaak terug in haar eigen uitwerpselen. ‘We kunnen niet alles tegelijkertijd doen’, is de reactie van de verpleging. Een paar dagen later zie ik dat de billen van moeder zijn dichtgeplakt met een grote, doorzichtige plakker. Zo kan ze zelfs niet meer naar het toilet gaan. Een urinezak blijft 3, 4 dagen vol aan haar bed hangen. Er kijkt niemand naar om. De hele dag ligt ze ongewassen in bed. Haar bord met eten wordt buiten bereik neergezet.”

Terug naar huis
Als Johanna later een veel te hoge dosis vochtafdrijvers krijgt toegediend en haar nieren beschadigd raken, zijn Dirk en zijn vrouw klaar met ZNA. Ze willen zijn moeder terug naar haar huis brengen, bij haar intrekken en de zorg op zich nemen. “Als we het de dokter vertellen, reageert ze bot. ‘We kunnen nog véél doen voor jouw moeder.’ Maar wàt dan, dat weet ze niet. Ze beent weg, naar de kamer van mijn moeder, en snauwt haar toe: ‘Je zal snel sterven als je nu naar huis gaat.’”

Troost
Eind juni 2018, na vijf weken opname, brengt Dirk zijn moeder terug naar huis met het idee dat ze niet heel lang meer zal leven. Het ziekenhuis heeft haar terminaal verklaard. “Met de steun van mijn vrouw, thuiszorg en -verpleging en haar kinderen leeft mijn moeder nog meer dan een half jaar”, vertelt hij. “Meer nog: ze fleurt op, leeft opnieuw zelfstandig. Loopt zelf rond, bezoekt vriendinnen. Elke week heeft ze minder extra zuurstof nodig. Pas eind januari van dit jaar overlijdt ze. Het is een troost dat ze haar laatste dagen omringd met liefde heeft kunnen doorbrengen. Maar het knaagt en het blijft knagen: wat met mensen die niemand meer hebben?”

CEO ZNA: “We nemen deze getuigenissen zeer ernstig”
“Ik ben door deze getuigenissen aangedaan en neem deze zeer ernstig”, zegt Wouter De Ploey, CEO van ZNA. “Iedereen wil voor zijn ouders immers de beste zorg. Ik heb veel respect voor onze zorgverleners die zich hier dagelijks voor inzetten. Maar er zijn omstandigheden waardoor het soms niet loopt zoals het zou moeten. En daar moeten we lessen uit trekken. We hebben een onafhankelijke ombudsdienst die bemiddelt bij klachten en samen met de betrokken afdelingen oplossingen zoekt. Vorig jaar hadden we bij ZNA meer dan 1 miljoen patiëntencontacten. Van deze patiënten ontving onze ombudsdienst 1024 klachten. 41 van deze klachten gingen over geriatrie. We erkennen de problemen die zijn aangemeld en gaan ermee aan de slag. Een aantal van de klachten in deze krant heeft onze ombudsdienst bereikt, maar niet allemaal. We roepen iedereen op om met ons in gesprek te gaan, want elke klacht is een kans die we aangrijpen om te verbeteren. We zetten dan ook hard in op individuele coaching, opleidingen, projecten rond patiëntbejegening, enzovoort. We streven naar veiligheid, kwaliteit en tevredenheid voor iedere patiënt.”

Anne-Marie De Cock, diensthoofd Geriatrie bij ZNA
“Het is onze dagelijkse bekommernis om patiënten op een goede manier te kunnen en mogen verzorgen. Deze verhalen raken ons dan ook diep”, zegt dokter Anne-Marie De Cock, diensthoofd Geriatrie bij ZNA. Ze reageert in naam van de geriaters. “Een ziekenhuisopname is een zeer emotionele gebeurtenis. Vaak zijn patiënten en hun familieleden angstig en zijn er heel wat onzekerheden waar ze op dat moment mee worstelen. Dat zijn gevoelens die vaak op onze zorgteams worden geprojecteerd. Communicatie is op zo’n momenten een kritiek punt, wat ook uit deze verhalen blijkt. Dat is een verantwoordelijkheid die we samen dragen: artsen, zorgpersoneel, patiënten en hun familie. Beslissingen die we nemen voor de gezondheid en welzijn van de patiënt, moeten we vooraf steeds toelichten aan de patiënt. Soms loopt dat moeilijk en staan we in een spreidstand tussen patiënt en familie of spelen emoties hoog op. Toch blijven wij steeds gaan voor respectvolle omgang en wederzijds vertrouwen.”