Autoreis met kinderen? 9 do's en don'ts

De grote vakantie is nu officieel begonnen en dat betekent uiteraard dat duizenden gezinnen met hun kroost op vakantie trekken. Velen nemen het vliegtuig, maar ook talrijke gezinnen reizen met de auto. En die autorit kan met kinderen al eens een uitdaging worden. Mobiliteitsorganisatie Touring zet daarom 9 do’s en don’ts op een rijtje om de reis aangenaam te maken.

1. Neem tijdens het rijden een kind nooit op de schoot. Kinderen horen vast te zitten met een gordel, al dan niet op een autostoeltje.

2. Las om de 2 à 3 uren een korte pauze in: laat de kinderen even rennen zodat de beentjes gestrekt worden. Deze tip geldt ook voor volwassenen. Combineer de pauze met een sanitaire stop en verlucht de auto door heel even alle deuren open te zetten.

3. Vertrek voor een verre reis naar de zon vroeg in de ochtend om de felle zon overdag te vermijden. ’s Nachts rijden kan ook maar op de eindbestemming zullen de volwassenen op de harde manier kennismaken met een tegenpruttelende biologische klok.

4. Kinderen moeten onderweg voldoende kunnen drinken. Zet hen daartoe ook aan. In het ideale scenario drinken ze water, want van frisdrank krijgen ze alleen maar meer dorst. Tip: voorzie afsluitbare drinkbekers.

5. Hou de logica van de normale maaltijden aan: ontbijt, lunch, avondmaal.

6. Wat onderweg eten? Gezonde snacks krijgen de voorkeur. Koekjes en (kleine) snoepjes voor onderweg zijn uiteraard niet verboden, maar in een rijdende auto krijg je sneller last van oprispingen.

7. Vermijd wegrestaurants: ze zijn duur, je moet er vaak lang aanschuiven en de kwaliteit van het voedsel laat vaak te wensen over. Alternatief: maak samen met de kinderen een picnickmand, dat is veel leuker, goedkoper en gezonder.

8. Parkeer je voertuig bij voorkeur in de schaduw en laat ook in dat geval nooit een kind alleen achter in de auto.

9. Voorzie voldoende afleiding op de achterbank: boeken, strips, spelletjes, knuffels, films, muziek enzovoort.