EU en Israël reageren scherp op aanval

Het is nog altijd niet duidelijk wat het motief was van de dader(s) van de schietpartij in het Joods museum in Brussel. De internationale wereld gaat ervan uit dat het om een antisemitische aanslag gaat. Verschillende Europese beleidsmakers veroordeelden de aanslag.

"Het nieuws over de gewelddadige schietpartij die het leven kostte aan drie onschuldige personen, heeft me diep geraakt", aldus Europees Commissievoorzitter Jose Manuel Barroso. "Ik veroordeel zwaar het feit dat deze schietpartij gericht was tegen een religieus symbool in het hart van de Europese hoofdstad. Het gaat om een aanval tegen de waarden zelf van Europa, dat kunnen wij niet aanvaarden".

De voorzitter van het Europees parlement, Martin Schulz, noemde de aanslag "zwaar choquerend". Hij had het over "een haataanval".

Catherine Ashton, verantwoordelijk voor het buitenlandbeleid in Europa, veroordeelde ook de aanslag. "Alles moet in het werk worden gesteld om te achterhalen wie erachter zit. Voor terrorisme mag er geen straffeloosheid gelden".

Volgens de Israëlische premier Benjamin Netayahu is de aanslag het resultaat van "het permanent aanzetten tot haat tegen de joden en tegen Israël. We blijven in Europa vuilspuiterij en leugens horen tegen de staat Israël, terwijl de misdaden tegen de menselijkheid en de moorddaden in onze regio systematisch worden vergeten.

Ook het WJC, het World Jewish Congress dat de joodse gemeenschap wereldwijd overkoepelt, meent dat het gaat om een terreurdaad waarbij de joden het doelwit zijn. "Twee jaar na Toulouse, op de vooravond van de Europese verkiezingen, is deze verachtelijke daad een nieuwe vreselijke herinnering aan de soort dreigementen waar de Europese joden momenteel blootgesteld zijn".