Kinderen met Down beter in gewone klas

Kinderen met het downsyndroom die les volgen in een gewone school kunnen beter lezen, schrijven en rekenen dan andere downkindjes in het buitengewoon onderwijs. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de universiteit in Gent. De rest van de klas gaat er niet op achteruit, heeft een beter morele ontwikkeling en een tolerantere houding tegenover minderheden, leert een ander onderzoek.

Volgens het onderzoek pikken kinderen in een gewone klas veel meer woordenschat op. Leerkrachten besteden er ook veel meer tijd aan het aanleren van schoolse vaardigheden. En dankzij extra middelen is er ook meer individuele begeleiding voor kinderen met het downsyndroom, aldus onderzoeker Gerrit de Graaf.

Al lukt het niet bij alle kinderen. "Sommigen kunnen die hoeveelheid prikkels niet aan", aldus de Graaf. Hij onderstreept ook dat het niet gewoon de slimmere kinderen zijn die naar een reguliere school aan. "We hebben gecorrigeerd wat betreft IQ, taalontwikkeling en sociaaleconomische status van de ouders. Het verschil bleef duidelijk."

De Graaf voerde zijn onderzoek uit in Nederland, waar meer dan de helft van de kinderen met het downsyndroom starten in het normaal basisonderwijs. In Vlaanderen is dat een kleine minderheid. Een nieuw decreet van onderwijsminister Pascal Smet moet daar ook bij ons een mouw aan passen.