CD&V bevoordeelt hogere inkomens

Het CD&V-voorstel om elke Belg gemiddeld 700 euro meer te laten overhouden, is duur en bevoordeelt de hoge inkomens meer. Dat besluit De Standaard maandag uit recente berekeningen van de Hoge Raad voor Financiën (HRF).

CD&V-kopman Kris Peeters lanceerde zaterdag het voorstel om de belastingvrije som op te trekken tot het leefloon voor alleenstaanden. Dat is een stijging van 3.000 euro, van 6.800 tot 9.800 euro.

De Hoge Raad wijst er volgens de krant op dat heel wat gezinnen onderaan de ladder niet eens het leefloon bereiken en dus sowieso geen belastingen betalen. Bovendien doet de maatregel de gemiddelde aanslagvoet sneller stijgen voor hogere dan voor lagere inkomens. Dat heeft een bijkomend effect, omdat die gemiddelde aanslagvoet wordt gebruikt om bepaalde belastingverminderingen te berekenen.

Resultaat is dat bij de lagere inkomens 34 tot 38 procent van de mensen voordeel haalt uit het CD&V-voorstel, vanaf een belastbaar inkomen van 25.542 euro is dat zowat iedereen. Omdat de belastingen procentueel berekend worden, stijgt de winst ook van 330 euro tot 1.207 euro. Totale prijskaartje volgens de HRF: zowat 3 miljard euro.

Zondag noemde N-VA-voorzitter Bart De Wever het voorstel daarom “superasociaal”. Nochtans liep het verschil tussen arme en rijke gezinnen bij het N-VA-voorstel nog hoger op, zo bleek uit berekeningen van professor André Decoster.

CD&V erkent dat lagere uitkeringen en zeer lage inkomens inderdaad geen voordeel halen uit het voorstel. "Daarom moet je het ook lezen binnen ons volledig plan dat ook inzet op betere jobs en een nog betere sociale bescherming", verduidelijkt de partij nog.