Kansarmen trekken kansarmen aan

De onevenwichtige verspreiding van kansarme en kansrijke leerlingen over de scholen is de afgelopen tien jaar toegenomen in heel Vlaanderen, maar vooral in de grote steden. Dat is de conclusie van een onderzoek van de Leuvense onderwijseconomen Steven Groenez en Thomas Wouters. Dat schrijven De Standaard en Het Nieuwsblad vandaag.

De twee wetenschappers van de KU Leuven analyseerden de Vlaamse schoolpopulatie. "Als scholen een goede afspiegeling zouden zijn van de samenleving, dan zouden in buurten waar bijvoorbeeld een op de vier kansarm is en drie op de vier kansrijk, de scholen er ook zo uitzien. Dat is nu niet het geval, en zelfs minder dan tien jaar geleden", zeggen ze.

Vooral in het lager en het secundair onderwijs trekken de scholen met kansarme leerlingen alleen maar meer kansarme leerlingen aan. "Maar ook de scholen die tien jaar geleden een goede mix vertoonden, zijn gemiddeld genomen meer gesegregeerd geraakt."

De keuze van onderwijsvorm levert in het secundair de grootste verschillen op. Kansrijke leerlingen kiezen vaker ASO, kansarme leerlingen komen sneller in BSO terecht. "Dat geeft aan dat de structuur van ons onderwijs de sociale mix niet bevordert."

Maatregelen zoals centrale aanmeldregisters in de grote steden zorgen tot nu toe voor geen kentering. "Als scholen erin slagen de sociale mix te verbeteren, dan is dat vaak omdat er lokaal een draagvlak is bij scholen en bij ouders", voegt onderwijsdeskundige Loes Vandenbroucke (KU Leuven) toe.