Ministers ruziën over stageplaatsen

In de 10.000 stageplaatsen die de federale regering naar voren schoof als relancemaatregel, zijn nog geen 500 jongeren aan de slag. Dat schrijven De Standaard en Het Nieuwsblad. Federaal minister van Werk Monica De Coninck (sp.a) en haar Vlaamse collega Philippe Muyters (N-VA) geven elkaar daarvoor de schuld.

Halfweg vorig jaar besliste de federale regering in het kader van haar relancestrategie 10.000 stageplaatsen te organiseren voor jongeren zonder diploma middelbaar onderwijs. Dat moest de jongeren de kans bieden een eerste arbeidservaring op te doen.

Maar dat loopt dus niet van een leien dakje. Volgens de meest recente cijfers waarover De Coninck beschikt, waren eind augustus in Vlaanderen 251 jongeren in zo'n stageplaats aan de slag. In Wallonië waren dat er vier en in Brussel ging het om achttien jongeren. Volgens minister Muyters ligt het cijfer in Vlaanderen hoger. Tot eind september is sprake van 479 jongeren met een stageplaats en heeft de VDAB al 1.166 stageplaatsen aangeboden.

De maatregel is uitgetekend op het federale niveau, maar voor de begeleiding van de jongeren en het zoeken naar stageplaatsen staan de gewesten in. Maar Muyters zegt dat hij niet de nodige middelen in handen krijgt om de maatregel echt een succes te laten worden. “Ik heb plastic messen en vorken gekregen, daarmee kan ik toch geen biefstuk snijden”, reageert hij in De Standaard op minister De Coninck. Zij zei: "Ik kan aan mensen messen en vorken geven om te eten, maar ze moeten ze willen gebruiken."

Ook de gebrekkige taalvaardigheid van de jongeren en het feit dat slechts een procent van hen een rijbewijs heeft vormen een probleem om de maatregel te doen slagen.