Nieuwe leraars van bedenkelijk niveau

Het niveau van nieuwe studenten in de lerarenopleiding is bedenkelijk en nieuwe leerkrachten worden niet goed begeleid. Dat zegt de commissie die de opleiding evalueert. De Morgen en De Standaard konden het rapport inkijken.

Het niveau van de aankomende leerkrachten is gedaald. Tegelijk kampt Vlaanderen met een lerarentekort. We zitten met een dilemma tussen kwaliteit en kwantiteit, stelt het rapport van de commissie. In de bachelor kleuteronderwijs heeft de helft van de studenten een TSO-vooropleiding, en een vijfde komt uit het BSO. In de bachelor lager en secundair onderwijs komt tussen 40 en 45 procent uit het ASO, een kleine 40 procent uit het TSO en minder dan 5 procent uit het BSO.

Toch raadt de commissie raadt af om een formele selectieproef te organiseren om het niveau op te krikken. Veeleer moet er een ‘aanvangsdiagnostiek’ zijn. Niet om studenten uit te sluiten maar om hen te richten naar opleidingen op maat. Het meest urgente probleem voor de commissie is de begeleiding van de beginnende leerkrachten. Er moet een aanvangsbegeleiding komen onder de verantwoordelijkheid van zowel de hogeschool als de school waar de leerkracht aan de slag gaat. De uren voor mentoren -ervaren leerkrachten die hun beginnende collega's bijstaan- werden in 2009 door de minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a), afgeschaft om besparingsredenen.

Minister Smet wil nog geen commentaar geven, noch op de studie, noch op de beleidsaanbevelingen. Wel zou hij van plan zijn om zes werkgroepen op te richten die tegen de komst van de volgende regering klaar moeten zijn met een resem aanbevelingen om onder meer de instroom te verbeteren, de inhoud op punt te stellen, de expertise van de opleiders te definiëren en de stage te regelen. De minister stelt het rapport morgen voor.