Geen oversterfte tijdens vakantie

De hittegolf in juli heeft, tegen de verwachtingen in, niet geleid tot extra sterfgevallen. Ook in augustus werd er geen oversterfte genoteerd. Dat meldt het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP). In juni stierven wel 668 meer mensen dan verwacht, allemaal 65-plussers, zo was eerder al gebleken.

In juni stierven tien procent meer mensen dan verwacht kon worden op basis van de sterfte in de afgelopen vijf jaar. Het WIV-ISP spreekt van "een significante, maar gematigde oversterfte". Het gaat om sterfgevallen bij 65-plussers; de toename is niet waarneembaar bij personen die jonger zijn dan 65 jaar, klinkt het. Het instituut spreekt zich niet uit over de oorzaken.

Omdat hittegolven vaak gepaard gaan met oversterfte, werd voor juli een piek van het aantal sterfgevallen gevreesd. Er werden 8.059 sterfgevallen geregistreerd, terwijl er 7.744 werden verwacht. "Deze lichte toename is niet significant omdat zij binnen het betrouwbaarheidsinterval ligt. In juli is er dan ook geen sprake van oversterfte", zegt het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid. In augustus was er volgens voorlopige cijfers evenmin oversterfte.

Het instituut stipt enkele mogelijke verklaringen aan voor het goede nieuws. Zo zijn mensen mogelijk beter op de hoogte van de voorzorgsmaatregelen tijdens warme dagen. Voorts klom de temperatuur in juli uiteindelijk maar drie dagen boven 30 graden en brachten de nachten de nodige afkoeling: de minimumtemperatuur zakte meestal onder 18 graden. Bovendien waren er minder dagen met een hoge ozonconcentratie dan tijdens de andere zomers met hittegolven (bijvoorbeeld 2003, 2006 en 2010), aldus het WIV-ISP.