50.000 schelpen geteld op de tweede Grote Schelpenteldag

In de tien kustgemeenten hebben zaterdag ongeveer 800 mensen deelgenomen aan de tweede editie van de Grote Schelpenteldag. In totaal werden meer dan 50.000 schelpen geteld. Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) zal de precieze resultaten in principe dinsdag bekendmaken.

Op elke locatie langs onze kust werd door de organisatie een infostand opgesteld. Met de hulp van de experts probeerden deelnemers van alle leeftijden te achterhalen welke schelpen ze precies geraapt hadden. Kinderen kregen achteraf een schelpenamulet als aandenken.

In De Panne, Westende en Heist waren ook workshops om strandbloemen te leren maken. "We zijn zeer content over de tweede Grote Schelpenteldag", reageert Jan Seys van het VLIZ. "In alle posten heerste een goede vibe en ik merkte bij alle deelnemers en medewerkers veel enthousiasme."

Vooraf had de organisatie gehoopt op meer dan 100.000 schelpen, maar dat ambitieuze streefdoel werd niet gehaald. "Met stralend lenteweer hadden we dat wel gehaald, maar vandaag was er amper volk op de dijk. Alle deelnemers kwamen heel bewust naar het strand om schelpen te tellen."

In 2018 werden ongeveer 30.000 schelpen van ruim 50 verschillende soorten geteld. De kokkel bleek het meest aanwezig op onze stranden. "Daar stond ik zelf eigenlijk versteld van.Veel experten zouden de top 5 zeker niet juist gehad hebben. Net daarom is dit initiatief heel interessant."

De onderzoekers stelden toen ook duidelijke verschillen tussen de Oost- en de Westkust vast. De Amerikaanse zwaardschede, de meest getelde exoot, kwam bijvoorbeeld veel meer voor aan de Westkust. Dat heeft te maken met de vlakkere stranden en een andere bodemgesteldheid.

Dichter bij de Westerschelde is er aan de Oostkust immers meer slib. Het VLIZ zal de nieuwe resultaten vergelijken met die van vorig jaar. Zo zal misschien het effect van de recente storm duidelijk worden. "We zijn heel benieuwd naar de verschuivingen. We hopen in de loop van de jaren ook steeds meer patronen te zien, bijvoorbeeld door klimaatverandering of bouwwerken op zee", besluit Jan Seys.