Nergens in EU meer belasting op arbeid

Het Belgische impliciete belastingtarief op arbeid was in 2011 het hoogste van de hele Europese Unie. Dat blijkt uit een rapport dat Eurostat en de Europese Commissie hebben gepubliceerd.

Hoogste belasting op arbeid

De belasting op arbeid is goed voor bijna de helft van alle inkomsten. Hier spant België de kroon. In 2000 moest ons land nog Zweden en Finland laten voorgaan, maar in 2011 prijkte België alleen op de eerste plaats, met een impliciet tarief van 42,8 procent (ten aanzien van de brutosalarissen van de werknemers, nvdr). Daarna volgen Italië (42,3 pct) en Oostenrijk (40,8 pct). Aan de andere kant van de ranking bengelt Malta (22,7 pct).

De belasting op kapitaal vertegenwoordigt slechts een vijfde van de fiscale inkomsten. Van de landen met beschikbare cijfers bleek die belasting in 2011 het hoogst in Frankrijk, met een impliciet tarief op kapitaal van 44,4 procent. Na de Fransen volgen de Britten (34,9 pct), Italianen (33,6 pct), Portugezen (31,6 pct) en de Belgen (30,3 pct). In Litouwen komt men er vanaf met 5,5 procent. Uit de cijfers blijkt ook dat vele Europese landen het gat in hun begroting gedicht hebben door meer belastingen op consumptie te heffen.

Belastingen vullen gaten in begroting

Door de crisis haalden de regering in de EU de afgelopen jaren minder belastingen op. In 2011 komt een groter deel van de inkomsten voor de landen opnieuw . 38,8 procent van de totale inkomsten van de lidstaten kwam uit belastingen. De belastingdruk lag in 2011 wel lager dan in het begin van het millennium (40,4%). Het Europese cijfer verhult aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten. Binnen de Unie was de fiscale druk in 2011 het hoogst in Denemarken (47,7 pct) en Zweden (44,3 pct). Het eerste euroland is België met 44,1 procent, gevolgd door Frankrijk (43,9 pct), Finland (43,4 pct) en Italië (42,5 pct).In verhouding tot hun bbp heffen landen als Litouwen, Bulgarije en Letland de laagste belastingen, met percentages onder 28 procent.

Vooral belasting op consumptie

Tot tevredenheid van de Europese Commissie zochten de meeste regeringen de voorbije jaren vooral hun heil in belastingen op consumptie om hun begrotingen uit de rode cijfers te halen. Sinds het begin van de economische crisis in 2008 hebben liefst 17 van de 27 lidstaten de btw-standaardtarieven verhoogd. België hoort daar niet bij.

Ook de inkomstenbelasting wordt aangesproken. Die belasting heeft dit jaar haar hoogste niveau sinds 2008 bereikt. Ze steeg tot 38,3 procent in de EU, wat weliswaar nog steeds beduidend minder is dan het niveau in 2000 (44,8 pct). Zweden (56,6 pct), Denemarken (55,6 pct) en België (53,7 pct) zijn de Europese koplopers. In Bulgarije bedraagt de inkomstenbelasting amper 10 procent.

Ook de scherpe val van de vennootschapsbelasting, aan de gang sinds de tweede helft van de jaren negentig, is in de crisisjaren tot stilstand gekomen. Sinds 2011 is het tarief in Europa min of meer stabiel op ongeveer 23,5 procent. Frankrijk leidt de rangschikking met 36,1 pct, gevolgd door Malta (35 pct) en België (34 pct). Vennootschappen in Bulgarije, Cyprus en Ierland krijgen te maken met tarieven onder 12,5 procent.

Europa strijdt tegen fraude

Een Europees belastingssysteem is nog niet voor morgen. De strijd tegen belastingontwijking en de opheffing van het bankgeheim staat dezer dagen daarentegen wel prominent op de agenda van de beleidsmakers in Europa. Experts merken op dat de verleiding om belastingen te ontwijken doorgaans toeneemt met een stijging van de fiscale druk.