Nijpend tekort aan terreurspeurders

Het overgrote deel van de Syriëstrijders uit ons land is jonger dan dertig jaar en er zijn er meer dan zeshonderd in totaal. Dat heeft Paul Van Tigchelt, de topman van het OCAD, gezegd in de onderzoekscommissie over de aanslagen. Daar is nog maar eens gebleken hoe nijpend het tekort is aan speurders in terreurdossiers.

Abdelhamid Abaaoud is nog altijd de meest beruchte Syiëstrijder uit ons land. Hij was één van de eerste en ook rechtstreeks betrokken bij de aanslagen in Parijs. 

"Golf ligt achter ons"
Ons land telt nog altijd 632 Syriëstrijders. Opvallend ook: zeven op de tien is zelfs jonger dan dertig jaar. We zijn nog altijd koploper maar het gaat wel de betere kant op. Dat zegt Paul Van Tigchelt, topman van het OCAD: “Die grote golf ligt achter ons. Een van de hoofdredenen is dat de aantrekkingskracht van het strijdgebied is afgenomen nu IS onder druk staat.”

"Kruispuntbank"
Bij het OCAD volgen ze al die strijders op. En analyseren ze alle mogelijke informatie over terroristische bedreigingen. Veiligheidsdiensten uit binnen- en buitenland helpen hen daarmee. Alleen: het OCAD moet al die informatie verwerkt krijgen en dat is nu soms een probleem. “Waarom zouden wij niet kunnen evolueren naar een soort ‘kruispuntbank’ waarin alle informatie in terechtkomt”, aldus Van Tigchelt.

Tekort
Nog een probleem dat nog maar eens naar boven kwam: er zijn veel te weinig speurders om de terreurdossiers te onderzoeken. En dat is blijkbaar al jaren zo. “Alle ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn sinds 2002 systematisch geïnformeerd geweest over die capaciteitsproblematiek van recherches in terrorisme”, aldus Johan Delmulle, procureur-generaal Brussel.