Dit zijn de nieuwste voedingsrichtlijnen

Wat mag ik wel of niet eten in een evenwichtig dieet? Om de bomen door het bos te zien, heeft de Hoge Gezondheidsraad (HGR) nieuwe richtlijnen voor voedingsmiddelen en energie gepubliceerd. Het gaat om de zesde uitgave van voedingsaanbevelingen. Het ultieme dieet is niet heruitgevonden, want vele adviezen blijven behouden, maar andere zijn wel aangepast aan de huidige wetenschappelijke kennis.

Sensibilisering is nodig, want vandaag heeft de helft van de volwassen bevolking in België overgewicht. Concreet moeten we onze aankopen bijsturen en minder zout aan onze gerechten toevoegen. De voedingsaanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad geven een overzicht van wat je wel en niet mag eten en vooral hoeveel je ervan mag eten.

Vetten
Wat de vetten betreft, moeten 'industriële transvetzuren' vermeden worden, omdat ze het risico op hart- en vaataandoeningen verhogen, terwijl andere vetzuren (omega 6-vetzuren en omega 3-vetzuren) net meer aan bod moeten komen. De gevaarlijke verzadigde vetzuren zitten in boter, vette vleeswaren, maar ook in tropische oliën. De algemene boodschap luidt: varieer en doseer de vetbronnen.

Suiker
Overmatige consumptie van toegevoegde suikers leidt tot overgewicht en gaat ten koste van vitamine- en mineraalrijke voeding. De HGR benadrukt dat natuurlijke producten zoals honing, rietsuiker of kokossuiker soms ten onrechte worden beschouwd als gezonde alternatieven voor andere suikers.

Koolhydraten wel of niet?
Koolhydraten en vezels horen thuis in een gezond dieet zegt de HGR. Ze adviseert vooral volle granen zoals bruin brood of volkoren pasta. Ook voedingsproducten als peulvruchten, aardappelen, groenten en fruit ziet de HGR als een bron van koolhydraten.

Zout
We eten te veel zout. Gemiddeld eten we zo'n tien gram zout per dag, terwijl dat er maar vijf zouden mogen zijn. Overmatig gebruik van zout leidt tot een hoge bloeddruk. Vooral obese en oudere personen met een hoge bloeddruk zijn daar gevoeliger voor. De raad wil daarom dat er een daling komt van het toegevoegde zout in verwerkte producten, zoals brood, kaas, fijne vleeswaren of in bereide maaltijden en in maaltijden op school.