Albert II krijgt minder dotatie dan beloofd

Koning Albert kreeg bij zijn troonsafstand een minder groot ‘pensioen’ dan hem aanvankelijk beloofd werd. Toenmalig premier Elio Di Rupo (PS) had de koning een dotatie van 1,4 miljoen euro toegezegd, maar vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) vond dat bedrag buitensporig. Dat schrijft Het Laatste Nieuws.

Op 21 juli 2013 nam koning Filip officieel de fakkel over van koning Albert II. Een week voordien had de regering beslist om de aftredende koning een dotatie te geven van 923.000 euro, op 200.000 euro moet hij belastingen betalen. 

Maar als het van toenmalig premier Elio Di Rupo had afgehangen, dan had het bedrag veel hoger geweest. “Ik vond dat de dotatie vergelijkbaar moest zijn met die in Nederland, met de dotatie van koningin Beatrix”, zei Di Rupo daarover in een gesprek met RTBF-radio. “Ik stelde 1,4 miljoen euro voor, maar dat bedrag gold ook als erkenning voor het werk dat hij gedaan heeft. Hij was de koning die het land gered heeft.”

100 keer het gemiddeld pensioen
Het bedrag werd uiteindelijk naar beneden bijgesteld omdat Alexander De Croo, op dat moment minister van Pensioenen, niet akkoord ging. “Albert II heeft als vorst absoluut gedaan wat van hem verwacht werd, dus hij had zeker recht op een correcte dotatie”, zegt hij daarover in Het Laatste Nieuws. “Maar ik vond het voorstel van Di Rupo te hoog. Dat was zowat 100 keer het gemiddeld pensioen van een gewone Belg, op een moment dat de regering de bevolking om inspanningen vroeg."

Binnen de kern stond een meerderheid van de ministers op dezelfde lijn als De Croo, zegt hij. "Filip kreeg als kroonprins 923.000 euro. Ik vond dat koning Albert eenzelfde bedrag mocht krijgen na zijn troonsafstand."