Minder proefdieren, maar ze lijden meer

In 2015 werd er minder getest op proefdieren, maar de dieren die getest worden, lijden wel meer. Het percentage van dieren dat tijdens die tests ernstig lijdt is gestegen van 15 procent naar 20,5 procent. Dat meldt het Vlaams Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE).

In 2015 werden 241.221 proefdieren gebruikt in Vlaamse laboratoria. Dat zijn er zo'n 40.000 minder dan het jaar daarvoor. Het merendeel van de Vlaamse proefdieren wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Concreet gaat het om fundamenteel onderzoek, zoals bijvoorbeeld naar het zenuwstelsel. Er wordt ook onderzoek gedaan naar aandoeningen zoals kanker, epilepsie en de ziekte van Alzheimer. De andere dieren werden gebruikt voor andere zaken, zoals testen voor kwaliteitscontrole, of veiligheids- en toxiciteitstesten. Vooral muizen (134.554), ratten (20.811) en zebravissen (36.616) werden het meest gebruikt.

Controle op pijnscore
Ondanks de daling van het aantal proefdieren in Vlaamse laboratoria, zijn er wel meer dieren die dus ernstige pijn lijden tijdens de onderzoeken. 20,5 procent heeft te maken met 'ernstige schade’ en 4,7 procent overleeft de tests niet. Volgens Brigitte Borgmans, woordvoerster van LNE, is het verhoogde cijfer echter te verklaren door de strengere controles op de pijnscores die de laboratoria opgeven. Ze benadrukt ook dat de dieren in 99 procent van de gevallen verdoofd zijn en dat voor elke test een toelating nodig is van een ethische commissie. Tests op dieren zijn verboden voor het testen van cosmetica en de ontwikkeling van tabaksproducten.

Bevoegdheid Vlaamse regering
Dierenwelzijn is sinds de zesde staatshervorming die op 1 juli 2014 van kracht ging, een Vlaamse bevoegdheid geworden. Het is slechts het tweede jaar waarvoor er Vlaamse cijfers beschikbaar zijn.