4 op 10 rusthuizen worden duurder

De prijzen van de rusthuizen blijven maar stijgen. Het voorbije anderhalf jaar hebben 320 van de 800 rusthuizen een aanvraag ingediend om één of ander tarief te verhogen. Dat is vier op de tien.

"Het kan toch niet de bedoeling zijn dat senioren moeten bedelen bij hun kinderen of het OCMW om naar een rusthuis te kunnen", zegt Vlaams Parlementslid Jan Bertels (sp.a), die de cijfers opvroeg. Hij stelt nu voor om een maximumfactuur in te voeren. Voor een gewone indexering van hun prijzen moeten de rusthuizen niet eens toestemming vragen, zelfs al zijn de pensioenen niet mee geïndexeerd.

Cijfers niet correct
Volgens de minister kloppen de geciteerde cijfers echter niet. In 2015 waren er 235 aanvragen voor een prijsverhoging, maar het gaat om vragen van zowel woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, dagverzorgingscentra als groepen van assistentiewoningen. In totaal zijn dat meer dan tweeduizend instellingen.

In oktober, nadat Vlaanderen bevoegd werd voor de materie, werden de criteria verfijnd. Sindsdien werden 83 aanvragen opgetekend om de dagprijzen te verhogen, zowat 10 procent dus van de 797 erkende woonzorgcentra.

Sommige van die aanvragen worden ook afgekeurd, want prijsverhogingen zijn gebonden aan beperkingen, is te horen bij Vandeurzen. Zo kan men voor vernieuwbouw of infrastructuurwerken een dagprijsverhoging doorvoeren van maximum 15 procent, gespreid over twee jaar. Voor andere investeringen is een verhoging van 10 procent mogelijk. De twee zijn niet cumuleerbaar.

Nulmeting
De hoge tarieven van rusthuizen zijn een oud zeer. Eerder bleek al dat drie op vier senioren een te klein pensioen hadden om die zorg te kunnen betalen: een doorsnee rustoord kost 1.600 euro per maand, terwijl werknemerspensioenen gemiddeld rond de 1.200 euro schommelen. Vlaams welzijnsminister Jo Vandeurzen heeft een grootschalige studie aangekondigd over de rusthuisprijzen. Zo wil hij tot een nulmeting komen, om alles met betere cijfers op te volgen.