Jambon: "Commandolijnen moeten korter"

De commandolijnen voor de sluiting van de metro en eventuele andere noodmaatregelen moeten korter. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) erkend in de onderzoekscommissie naar de aanslagen. Zonder hem iets te verwijten, merkte Jambon daar ook op dat Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) ook zelf had kunnen beslissen om de Brusselse metro te sluiten.

De sluiting van de metro zorgde de voorbije maanden voor heel wat discussie. De beslissing viel om 8.52 uur, maar was nog niet tot bij de MIVB geraakt toen om 9.11 uur de bom ontplofte in metrostation Maalbeek. De onderzoekscommissie had heel wat getuigenissen nodig om te begrijpen waarom het zo lang moest duren. 

Ook de rol van de Brusselse minister-president dook in die zoektocht geregeld op. Zelf was Vervoort niet op het federale crisiscentrum, maar een vertegenwoordiger van zijn veiligheidsverantwoordelijke was daar wel al vroeg. Het kabinet-Vervoort werd ook vier minuten na de beslissing al een eerste keer verwittigd. En enkele minuten later, om 8.59 uur, bevestigde Jambon ook zelf aan Vervoort dat de metro gesloten zou worden.

Geen verwijt
De minister-president had ook zelf kunnen beslissen om de metro te sluiten, merkte Jambon woensdag op. Iets wat de PS'er niet gedaan heeft. "Meneer Vervoort had die beslissing kunnen nemen. Maar dat is geen verwijt", klonk het. "Zijn vertegenwoordiger op het crisiscentrum had ook kunnen beslissen om contact op te nemen met de MIVB, maar rechtstreeks contact vanuit het crisiscentrum met de MIVB is er niet geweest."

Telefoongesprek
De uitleg van Jambon riep bij Groen-Kamerlid Stefaan Van Hecke echter nieuwe vragen op. "Hoe verliep dat telefoontje met Vervoort dan precies? Hebben jullie dan niet overlegd over hoe de MIVB verwittigd zou worden?", wierp Van Hecke de N-VA'er voor de voeten.  Jambon kon zich het gesprek op die hectische dag niet meer precies herinneren. "Ik kan me voorstellen dat hij dat wilde doorgeven aan de MIVB en dat ik zei dat dit al via de politie in gang was gezet. Maar eerlijk waar, ik kan het mij niet meer precies herinneren", aldus de minister.

De formele weg loopt in elk geval via de politie, bevestigde Jambon. "Dat is zo vastgelegd in het protocol tussen de politie en de MIVB." En zo is het ook verlopen. Concreet nam de vertegenwoordiger van de federale politie op het crisiscentrum meteen "de nodige contacten", onder meer met de spoorwegpolitie. Dat deed dan weer vragen rijzen bij sp.a-Kamerlid Meryame Kitir.

Spoorwegpolitie
Zij merkte op dat de betrokken agent bij zijn getuigenis had verzekerd dat hij enkel de eigen politiediensten moet verwittigen, niet de MIVB. Jambon reageerde daarop dat de MIVB niet de middelen heeft om zomaar te evacueren. "Daar moet de spoorwegpolitie bij betrokken worden." Het verwittigen van de spoorwegpolitie vereiste echter nog te veel tussenstappen, zo bleek al uit het onderzoekswerk van de commissie.

"We zijn er allemaal van overtuigd dat de commandolijnen korter moeten zijn, zodat de genomen beslissingen sneller geïmplementeerd kunnen worden", erkende ook Jambon. Zelfs al had dat op 22 maart wellicht weinig uitgemaakt, omdat de bom in metrostation Maalbeek nauwelijks 19 minuten na de beslissing al afging. 

Precies om de commandolijnen in te korten, zijn trouwens al maatregelen genomen, verzekerde Jambon. Op 5 april werd een tijdelijke procedure afgesproken, waarbij na overleg met OCAD en de federale procureur "contact opgenomen wordt met de minister van Mobiliteit en de directeur-generaal van Brussel Preventie en Veiligheid",verduidelijkte hij nog. "Zij nemen dan contact op met de betrokken operatoren om de maatregelen te implementeren. En parallel aan deze commandolijn wordt ook de spoorwegpolitie vanuit het crisiscentrum verwittigd."