Budget defensie gaat fors omhoog

De federale regering heeft gisteravond na maanden palaveren uiteindelijk een princiepsakkoord bereikt over de 'strategische visie' voor het Belgische leger tegen 2030. Die moet leiden tot een aanzienlijke verhoging van het defensiebudget. Op korte termijn krijgt het leger ook 200 miljoen euro voor investeringen. Over de sluiting van kazernes is zoals verwacht nog niets beslist.

In het document van 144 pagina's bevestigt de regering dat het defensiebudget tegen 2030 1,3 procent van het bbp zal uitmaken. Voor de huidige regering blijft de inspanning dus beperkt. Met de verhoging zou het budget op 6,5 miljard euro uitkomen (inclusief pensioenen), tegenover de huidige 4 miljard. Momenteel bedraagt het defensiebudget 0,9 procent van het bbp, terwijl de NAVO zijn leden vraagt om tegen 2024 twee procent van hun budget voor defensie uit te trekken.

In december vorig jaar bereikte het kernkabinet al een akkoord over twaalf principes, inclusief de verhoging van het defensiebudget tot 1,3 procent tegen 2030. Voorts gaat het onder meer om de aankoop van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen ter vervanging van de verouderde F-16's, twee nieuwe fregatten, zes mijnenjagers en zes - vooralsnog onbewapende - drones, weliswaar gepaard met een verdere daling van het aantal militairen van 32.000 naar 25.000.

Verder is de investering in een eigen tankvliegtuig opvallend, dat toelaat om gevechtsvliegtuigen in de lucht te laten bijtanken. De optie dook al als een mogelijkheid op in het kerstakkoord en werd uiteindelijk ook weerhouden.

Op korte termijn krijgt het leger ook 200 miljoen euro voor dringende investeringen in individueel materiaal voor militairen van de landmacht, voor een update van de F-16's en voor het operationeel houden van de fregatten. Het geld komt bovenop de 100 miljoen per jaar voor schuldafbouw en het betalen van oude investeringen die eerder al was afgesproken.

De visietekst herhaalt tot slot dat de belangrijkste opdrachten van Defensie collectieve verdediging, de collectieve veiligheid en de bescherming van Belgische burgers in de wereld zijn. "De landsverdediging kan nog altijd ingezet worden door de regering in het kader van nationale en internationale missies op basis van de beschikbare capaciteit", zo staat er nog in de tekst.