Dit verandert er in het onderwijs

Alle scholen zullen in de toekomst een toets moeten afnemen van hun leerlingen in het zesde leerjaar. Het gaat niet om een uniforme eindtest voor alle scholen en de test alleen mag ook niet bepalend zijn voor de overgang naar het secundair, maar de test wordt wel verplicht. Dat heeft minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) in het Vlaams Parlement gezegd.

Daarnaast zal elke leerling in de eerste graad van het secundair onderwijs een basiskennis moeten hebben van wiskunde, Nederlands en digitale en financiële geletterdheid. "Het gaat echt om de basics. Maar iedereen zal wel over die lat moeten komen", legt Crevits uit.

Modernisering onderwijs
Het zijn maar twee van de vele concrete maatregelen in het akkoord over de modernisering van het secundair onderwijs dat de Vlaamse regering vorig weekend heeft bereikt. De grote lijnen van die hervorming zijn al bekend, met gerichte ingrepen gaande van de kleuterklas tot de veelbesproken matrix met studierichtingen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs.

Een van de nieuwigheden in het lager onderwijs is dat elke leerling getoetst zal worden op het einde van dat basisonderwijs. Dat stond al wel ingeschreven in het masterplan, maar wordt nu concreter. Nu al organiseren veel scholen netgebonden toetsen (bv. Interdiocesane proeven of OVSG-toetsten), maar bedoeling is dat in de toekomst elke school zo'n toets zal afnemen.

Verwachte eindtermen
Een uniforme toets voor alle scholen is niet het plan. De scholen mogen zelf kiezen, maar worden wel verplicht de toets te organiseren. De toets zelf moet helpen om te zien of leerlingen de verwachte eindtermen halen. Het mag echter niet enkel van de toets alleen afhangen of een leerlingen slaagt of niet, al zal het wel meespelen in de beoordeling van de klassenraad. Onderliggende bedoeling van de verplichte toets is om het uitreiken van getuigschriften basisonderwijs meer gelijk te maken over scholen heen.

‘Basisgeletterdheid’
Over de eerste graad van het secundair onderwijs is ook al veel gezegd en geschreven. Een nieuwigheid daar is dat er naast de eindtermen - die gehaald moeten worden door het grootste deel van de leerlingen - wel een pakket basiskennis van elke leerling afzonderlijk zal gevraagd worden. Zo zal elke leerling een 'basisgeletterdheid' moeten hebben op het vlak van Nederlands, wiskunde en digitale en financiële kennis.

Minister van Onderwijs Hilde Crevits benadrukt dat het gaat om een "basisniveau". "Het moet echt basic zijn, maar het is wel de bedoeling dat iedereen over die lat komt." Waar die lat precies zal liggen en wat er precies van elke leerling zal verwacht worden op die domeinen, wordt nog verder besproken met de onderwijsverstrekkers.

Het is niet de bedoeling dat scholen hun aanpak en onderwijsmethode fors bijsturen, specifiek om hun leerlingen die basisgeletterdheid bij te brengen. Dat soort 'teaching to the test' wil minister Crevits absoluut vermijden. "Het wordt ook geen centraal basisgeletterdheidsexamen", benadrukt ze.

Snoeien studierichtingen
In de zoektocht naar een akkoord over de onderwijshervorming ging de meeste tijd de afgelopen maanden naar het vastleggen van de veelbesproken matrix, zeg maar de nieuwe organisatie van de studierichtingen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Het resultaat moet een transparanter en rationeler aanbod geven, met studierichtingen die leerlingen ofwel duidelijk voorbereiden op het hoger onderwijs of op de arbeidsmarkt (respectievelijk doorstroom- en arbeidsmarktgerichte richtingen) of richtingen die de deur voor beide opties open laten (richtingen met dubbele finaliteit).

Geen handel meer
Er is ook gesnoeid in het aantal studiegebieden. Van 30 gaat het naar 8 studiegebieden. Concreet gaat het om 'STEM' (Science, Technology, Engineering, Mathematics), 'Economie en organisatie', 'Kunst en creatie', 'Bouwen en wonen', 'Zorg en welzijn', 'Land en tuinbouw', 'Voeding en horeca' en 'Sport'. Voor elk domein zijn er eerder abstracte richtingen die mikken op doorstuderen in het hoger onderwijs tot puur praktische richtingen die mikken op de arbeidsmarkt.

Sommige richtingen zijn geschrapt omdat ze niet meer relevant zijn (bv. boekbinderij) of omdat ze niet doen wat ze zouden moeten doen (bv. handel). Over andere richtingen is er discussie of ze wel op hun plaats staan. Zo is het bijvoorbeeld de vraag of de richting bakkerij en slagerij ook voldoende aansluiting kan bieden voor het hoger onderwijs (en dus thuishoort in de richtingen met dubbele finaliteit).

“Genoeg gesnoeid of te veel?”
Minister van Onderwijs Hilde Crevits benadrukt dat het gaat om "een eerste worp". "Het is de basis voor verdere discussie met het hele onderwijsveld", legt de CD&V-politica uit. Nog deze maand komen er bijvoorbeeld rondetafels over de matrix met alle 'stakeholders', zoals dat met een lelijk woord heet, en het plan is om in september alle reacties te verzamelen en dan de matrix af te werken. Ook het parlement krijgt nog zijn zeg, klinkt het.

Minister Crevits erkent dat de matrix nog niet perfect is. "We vragen onszelf bijvoorbeeld nog af: 'snoeien we wel genoeg of snoeien we te veel?'". Ander mogelijk discussiepunt: waarom geen apart domein talen? "Wij zijn ervan overtuigd dat dat niet zinvol is. Talen zitten overal. Maar als uit de discussie blijkt dat er een brede vraag is om dat bij te sturen, zullen we dat bekijken", aldus Crevits. De concrete start van het nieuwe studieaanbod is voorzien voor september 2018.

Boeve: “Tevreden over uitgestoken hand”
Lieven Boeve, topman van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, reageert tevreden op de "uitgestoken hand" van de minister. "We zijn zeer tevreden dat de nota's er nu zijn. We zijn blij met de uitgestoken hand en zullen dit graag verder mee invullen", zegt Boeve aan Belga. Wat de matrix met studierichtingen in de tweede en derde graad betreft, zegt Boeve dat de oefening duidelijk "het resultaat is van een compromis", maar dat het Katholiek Onderwijs Vlaanderen graag meewerkt aan de verdere invulling en uitwerking van de matrix.

Kwaliteitstoets
Boeve staat ook achter de invoering van een eindtoets aan het einde van het basisonderwijs. "Wij doen dat zelf ook al met onze interdiocesane proeven. Als zo'n proef ook bedoeld is als kwaliteitstoets voor de scholen kunnen we dat enkel toejuichen. Elke kwaliteitsbevorderende maatregel geniet onze steun", klinkt het.

Ook aan de plannen voor het invoeren van basisgeletterdheid in de eerste graad van het secundair onderwijs wil Boeve meewerken. "Alleen is de vraag daar misschien of we dat best in de eerste graad van het secundair doen of best aan het einde van het secundair." Belangrijk voor Boeve is vooral dat de eindtermen zelf op populatieniveau blijven (en niet verschuiven naar leerlingniveau).