Dit verandert er aan de kinderbijslag

Minister-president Geert Bourgeois (N-VA) noemde het oude systeem van de kinderbijslag ingewikkeld, het nieuwe heel erg simpel: “We gaan van 700 stelsels naar één stelsel, dat voor elk kind hetzelfde is". Concreet komt het neer op 160 euro per kind. Daarmee is het belangrijkste gezegd, maar wat houdt de hervorming precies in? 

De wijziging gebeurt niet abrupt. Voor kinderen die geboren zijn vanaf januari 2019 geldt het nieuwe systeem, voor alle kinderen die daarvoor geboren zijn, geldt het oude systeem.

Voor ieder kind krijg je vanaf dan hetzelfde bedrag: 160 euro. Nu is het zo dat je voor het eerste kind 90 euro krijgt, het tweede 167 euro en het derde 249,41 euro.

Bij ieder nieuw kind krijgt het gezin 1.100 euro als startbedrag.

In het systeem zijn ook een aantal sociale correcties ingebed, de zogenoemde toeslagen. Als je inkomen nu lager ligt dan 29.000 euro, is het nu door een uitkering of deeltijds werk, krijg je bij je eerste twee kinderen 50 euro per maand per kind. Vanaf je derde kind gaat het om 80 euro. 

Ligt het inkomen tussen de 29.000 en 60.000 euro, dan krijg je vanaf het derde kind 60 euro. Zo countert de Vlaamse regering de kritiek dat de nieuwe regeling vooral nadelig is voor gezinnen met drie kinderen of meer.

Er komt ook een bonus voor mensen die hun kinderen vroeg naar school sturen. Als je je kind inschrijft in de eerste kleuterklas, krijg je 150 euro extra toeslag. Doe je dat ook voor het tweede kleuterklasje, komt er nog eens 150 euro bij. Enige voorwaarde is dat de kinderen minstens 100 halve dagen naar school gaan.

Tot slot gooit de regering ook de schooltoelagen om tot een participatietoeslag. Voor kinderen tot 2 jaar gaat het om 20 euro per jaar, vanaf 5 jaar wordt dat 35 euro, vanaf 12 jaar 50 euro en vanaf 18 jaar 60 euro.