Dossier Aanslagen Brussel

"Ben zo onafhankelijk dat het gênant wordt"

Criminologen Brice De Ruyver en Cyrille Fijnaut weigeren de onderzoekscommissie naar de aanslagen in Brussel bij te staan als experten. Dat hebben ze aan Kamervoorzitter Siegfried Bracke en commissievoorzitter Patrick Dewael laten weten. Morgen zullen meerderheid en oppositie de kwestie in het Bureau van de Kamer bespreken. De PS zou De Ruyver niet onafhankelijk genoeg vinden. “Ik ben zelfs zo onafhankelijk dat het gênant zou kunnen worden", haalt De Ruyver uit.

De nakende aanstelling van De Ruyver en Fijnaut deed vorige week de wenkbrauwen fronsen bij enkele parlementsleden. De Ruyver was destijds immers veiligheidsadviseur van voormalig premier Guy Verhofstadt (Open Vld) en tekende mee de politiehervorming uit, terwijl Fijnaut deze regering hielp met haar kadernota Integrale Veiligheid. Consensus bleek dan ook niet mogelijk, toen de kwestie vorige week een eerste keer formeel aan bod kwam. De PS stemde tegen de aanstelling van de experts, de rest van de oppositie onthield zich.

"Niet geslachtsloos"
Vooral de PS toonde zich maandag opnieuw kritisch, terwijl de rest van de oppositie naar verluidt minder fors opmerkingen maakte. Ook meerderheidspartij CD&V maakte volgens verschillende aanwezigen een "positief kritische bemerking", maar fractieleider Servais Verherstraeten nam het wel expliciet op voor de experten. "Een expert kan niet geslachtsloos, opinieloos of zonder historiek zijn", drukte hij zijn collega's op het hart. "Experts hebben per definitie een uitgesproken parcours en uitgesproken ideeën, anders zijn het geen experts."

"Zeer ondermaats"
De commissiezitting schoot in elk geval in het verkeerde keelgat bij de Nederlandse criminoloog Fijnaut. "Met name de zéér ondermaatse gang van zaken in de vergadering met de Commissie gisteren heeft mij niet het nodige vertrouwen gegeven dat ik in voldoende sereniteit en op het gewenste hoge niveau mijn expertise op het vlak van terrorisme en terrorismebestrijding kan inzetten voor een behoorlijke uitvoering van de zeer belangrijke taak waarvoor deze Commissie staat", schreef hij in een mail aan Bracke en Dewael.

Fijnaut voelde zich bovendien onvoldoende gedekt door commissievoorzitter Dewael, schrijft hij nog. "De oppositie stelde voortdurend onze integriteit ter discussie. Het is onaanvaardbaar dat zoiets gebeurt. De voorzitter heeft dat laten gebeuren. Dat betekent dat wanneer het écht moeilijk wordt in zo'n commissie dat je niet het gevoel hebt dat je als expert voldoende rugdekking krijgt van je voorzitter." Dewael zelf bevestigt slechts kort de afwijzing van beide experts.

"Gênant worden"
Ook de Ruyver was niet te spreken over de gang van zaken. “Ik heb zelf jarenlang meegewerkt aan het beleid. Ook onder Laurette Onkelinx tijdens de aanslagen van Londen en Madrid. Nu wordt geopperd dat ik als geestelijke vader van zoveel hervormingen niet onafhankelijk zou kunnen handelen”, gaat De Ruyver verder. “Ik zou zelfs zo onafhankelijk kunnen zijn dat het gênant zou worden", haalt hij uit.

Verschillende commissieleden - van meerderheid én oppositie - reageren intussen erg verrast op het plotse njet van Fijnaut en De Ruyver. "De heren professoren zouden toch moeten weten dat in zo een zitting alle vragen gesteld moeten kunnen worden", klinkt het. "Ik betreur dat ze zich een probleem hebben laten aanpraten dat ze niet hebben, zoals duidelijk blijkt uit hun staat van dienst", vult men elders aan. "Al begrijp ik ook dat experts maar kunnen werken als ze het gevoel hebben dat ze gedragen worden door de hele commissie."

Dat de Nederlander Fijnaut geschrokken zou zijn van de Belgische politieke zeden en gewoonten, vinden de meeste commissieleden moeilijk te geloven. Hij stond immers al eerder Belgische onderzoekscommissies bij, zoals die naar de Bende van Nijvel. Al had PS-fractieleider Laurette Onkelinx gerust wat minder fors kunnen zijn, merkt een betrokkene nog op.