Eindelijk doorbraak in berging Flinterstar

De berging van het gezonken vrachtschip Flinterstar kan beginnen. Volgens staatssecretaris voor de Noordzee Bart Tommelein (Open Vld) is gisteren het bergingscontract ondertekend. Rederij Flinter zal instaan voor de berging, zoals werd opgedragen door de rechtbank van koophandel in Brugge.

De Flinterstar strandde begin oktober 2015 voor de kust van Zeebrugge, na een aanvaring met de gastanker Al-Oraiq. Ruim een half jaar later komt er nu meer duidelijkheid over de berging. Die zal worden uitgevoerd door de tijdelijke handelsvennootschap Flinterstar, bestaande uit vier Belgische bedrijven: Herbosch-Kiere NV, Jan De Nul NV, Dredging International NV en Scaldis Salvage & Marine Contractors NV.

Wanneer de werken effectief van start zullen gaan, is nog niet duidelijk, maar staatssecretaris Tommelein roept op om er zo snel mogelijk werk van te maken. "'Hoe sneller de berging kan starten, hoe beter. Het wrak ligt nog steeds langs een belangrijke vaarroute op zee. Het schip moet nog vóór de winter weg om elk veiligheidsrisico te vermijden, want dan wordt de zee ruwer", meent Tommelein.

Kort na het ongeval deed de Nederlandse eigenaar afstand van het schip. Daardoor was België als oeverland plots verantwoordelijk voor het schip en de berging. Staatssecretaris Tommelein kwam met succes tussen om de berging alsnog te verhalen op de rederij. De rechtbank van koophandel gaf Tommelein gelijk, en die uitspraak werd op 22 februari nog eens bevestigd door het hof van beroep in Gent. Flinter kreeg 2,5 maanden de tijd om een oplossing te zoeken. Indien er geen bergingscontract zou worden getekend binnen die termijn, had Flinter een fikse dwangsom gekregen.