Dossier Aanslagen Brussel

Hierover buigt commissie rond aanslagen zich

De verschillende Kamerfracties zijn het vanavond eens geraakt over de taakomschrijving van de parlementaire onderzoekscommissie die wordt opgericht naar aanleiding van de aanslagen van 22 maart. Ze zal zich buigen over de gebeurtenissen van 22 maart zelf, maar ook over de veiligheidsarchitectuur in ons land en over het radicalisme en extremisme. Voor het einde van het jaar moet de commissie met aanbevelingen komen en kan ze verantwoordelijkheden aanduiden.

De fracties zaten sinds 15.00 uur bijeen om zich over de 'scope' van de onderzoekscommissie te buigen, maar het duurde tot na 20.00 uur vooraleer er witte rook uit de schouw kwam. CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten was blij dat er een akkoord in consensus is bereikt, zodat de commissie onder een positief gesternte uit de startblokken kan schieten. "Het publiek zou het ook niet begrijpen mocht de zaak geblokkeerd raken door een discussie over punten en komma's", vult zijn N-VA-collega Peter De Roover aan.

17 leden
De onderzoekscommissie zal net zoals een gewone commissie zeventien leden tellen. Elke fractie kan over één plaatsvervanger beschikken, voor wanneer een lid niet aanwezig kan zijn. Het voorzitterschap van de commissie is tijdens de conferentie van de voorzitters niet besproken, maar binnen de meerderheid is het duidelijk dat volgens de regels die functie Open Vld toekomt. In dat geval zal fractieleider Patrick Dewael ongetwijfeld die functie bekleden.

Taken
Het takenpakket van de onderzoekscommissie slaat in de eerste plaats op de gebeurtenissen van 22 maart zelf, toen terreuraanslagen plaatsvonden op de luchthaven van Zaventem en in het Brusselse metrostation Maalbeek. Ook zullen de leden de veiligheidsarchitectuur - zeg maar de politie- en inlichtingendiensten en het gerecht - tegen het licht kunnen houden. Een ander luik slaat op het radicalisme en extremisme en de vraag hoe beide fenomenen hier kunnen gedijen.

Oorzaken radicalisering
De onderzoekscommissie zal erg breed kunnen tewerk gaan, stelt Stefaan Van Hecke (Groen). Zo kan ook worden gekeken naar hoe is gereageerd na eerdere aanslagen op bijvoorbeeld het Joods Museum, op de redactie van Charlie Hebdo en de aanslagen in Parijs van 13 november vorig jaar. Van Hecke merkt bovendien op dat bij de achterliggende oorzaken van de radicalisering, ook het buitenlandbeleid van de laatste jaren tegen het licht kan worden gehouden.

Laurette Onkelinx (PS) citeerde daarnaast de illegale wapenhandel en de financiering van het terrorisme. De commissie moet haar eindverslag voor 31 december indienen, met daarbij de mogelijkheid tot opmerkingen over de verantwoordelijkheden die het onderzoek aan het licht hebben gebracht.

Datum
Een datum tot wanneer de commissie terug in de tijd kan gaan, werd niet geprikt. "Elke datum beperkt je opdracht", licht Verherstraeten toe. "Een datum vastleggen zou te gek zijn. We kunnen alles onderzoeken wat relevant is", aldus De Roover. Van Hecke merkt op dat negentig procent van de antiterreurwetgeving tot stand is gekomen na de aanslagen van Nine Eleven.