Dossier Aanslagen Brussel

"Ik zei tegen kindje verstoppertje te spelen"

De Vlaming Peter Van Hoof, die op de luchthaven van Zaventem werkt, stond vorige week dinsdag op amper 20 meter van de tweede zelfmoordterrorist. Peter raakte alleen gewond aan zijn been en probeerde zoveel mogelijk mensen te helpen. “Een kindje dat voor me op de incheckbalie zat, kalmeerde ik door er een spelletje van te maken: ‘We spelen verstoppertje, iedereen speelt mee’.”

De 50-jarige Peter Van Hoof uit Hoegaarden werkt al meer dan 20 jaar op Zaventem en stond op dinsdag 22 maart aan een incheckbalie toen hij plots een harde knal hoorde. “Toen de eerste bom ontplofte riep ik naar mijn collega’s: ‘het is zover!’. Zij wisten meteen wat ik bedoelde en ze zochten onmiddellijk beschutting.”

"We spelen verstoppertje"
“Een paar seconden later was er een tweede ontploffing, op 20 meter van ons. Een kindje dat voor me op de desk zat, pakte ik op en nam ik mee onder de balie.” Peter probeerde er een spelletje van te maken: “We spelen verstoppertje, iedereen speelt mee. Ik zei om heel stil te zijn en hield mijn hand voor haar mond. Ze bleef heel braaf zitten, tot ik zei dat ze haar ogen mocht openen.” Peter vond de ouders niet onmiddellijk en overhandigde het kind later aan een politieagent.

"Slagveld"
Peter raakte alleen gewond aan zijn been. Op zijn weg naar buiten zag hij veel gewonden liggen die hij probeerde te helpen. “Het was een slagveld, iets dat je alleen op televisie zit.”