FBI waarschuwde week voor aanslag voor El Bakraoui

Op 16 maart 2016 heeft de FBI aan de Nederlandse politie melding gemaakt van de criminele achtergronden van Ibrahim El Bakraoui en van de radicale en terroristische achtergrond van zijn broer Khalid. Dat heeft de Nederlandse minister van Veiligheid bekendgemaakt. Eén dag later, op 17 maart, werd die informatie volgens hem doorgegeven aan de Belgische politiediensten in een bilateraal contact. De Belgische federale gerechtelijke politie ontkent dat.

De aanslagen gebeurden op 22 maart. In een nuancering van de antwoorden stelt het Nederlandse ministerie dat de FBI Nederland heeft ingelicht "over het feit dat beide broers werden gezocht door de Belgische autoriteiten". Daarbij vermeldden ze de criminele achtergrond van Ibrahim en bij Khalid ging het over terrorisme, extremisme en ronselen. Een dag later, op 17 maart, is dit "aan de orde geweest in een overleg tussen Nederland en België".

"Geen info van FBI"
De Belgische federale gerechtelijke politie ontkent dat ze ingelicht werden door hun Nederlandse collega's: "Op 16 maart heeft de Belgische Federale gerechtelijke politie van de FBI geen informatie ontvangen met betrekking tot de broers El Bakraoui. Dit werd trouwens aan de Federale gerechtelijke politie nogmaals vandaag bevestigd door de FBI zelf", klinkt het in een persbericht.

"Op 17 maart vond een werkbezoek plaats van een Nederlandse medewerker van de politie aan de Federale gerechtelijke politie. Tijdens dit werkbezoek werden enkele informaties meegegeven over de operatie in Vorst die plaatsvond op 15/03. Tijdens dit gesprek werd geen melding gemaakt van het bericht dat de FBI zou bezorgd hebben aan de Nederlandse Politie, zoals dit trouwens door deze laatste vandaag wordt bevestigd."

"België had info zelf aan FBI geleverd"
Maar Nederland ontkent dat dus ten stelligste. Volgens een woordvoerder van de Nederlandse minister van Justitie van der Steur hebben beide landen op 17 maart wél met elkaar gesproken over de radicale achtergrond van de Belgische broers Ibrahim en Khalid El Bakraoui. Van Nederlandse zijde is toen echter niet gemeld dat Nederland een dag eerder ook al een bericht daarover van de Amerikaanse opsporingsdienst FBI had gekregen. Dat was volgens hen ook niet nodig omdat de Belgen zelf de informatie aan de FBI hadden geleverd. "Er is dus geen sprake van een tegenstelling", aldus een woordvoerder van de minister.

Watchlist delen
Aanleiding voor de Amerikanen om Nederland te informeren was een inval in Vorst in België, aldus het ministerie. In de antwoorden staat dat de FBI Ibrahim op 25 september op hun 'watchlist' heeft geplaatst. Nederland kan die lijst doorzoeken op namen. Van der Steur wil met de Amerikanen afspreken dat zij hun informatie over hun 'watchlist' beter gaan delen. Nederland is van plan die lijst standaard te gaan raadplegen op vermeende Syriëgangers, aldus de minister.

Niet internationaal geregistreerd.
Nederland kreeg vorige zomer met Ibrahim te maken omdat hij op 14 juli door Turkije was uitgezet naar Nederland en niet naar België. Dat gebeurde op zijn eigen verzoek. Volgens Van der Steur is dat mogelijk, omdat iemand uit een Schengenland mag terugkeren naar ieder land binnen die zone.

De Turken lichtten Nederland wel in over de uitzetting, maar dat gebeurde niet goed en werd niet opgemerkt. Ibrahim stond bovendien niet geregistreerd in de (internationale) opsporingssystemen. Vanaf Schiphol kon de Belg verder reizen. Het is niet bekend hoe lang hij in Nederland is gebleven en wanneer hij in België aankwam.

Lees hier alle antwoorden op de 166 vragen die aan de minister gesteld werden