"Spoed en huisarts best op één locatie"

Op een ziekenhuissite zou er naast de spoeddienst ook een dag en nacht autonoom werkende huisartsenpermanentie moeten zijn. Dat zegt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Het stelde immers vast dat het aantal spoeddiensten in ons land uitzonderlijk hoog is in vergelijking met andere landen, terwijl een groot deel van de patiënten ook bij een huisarts terechtkan. 

Volgens woordvoerster Gudrun Briat zouden spoeddienst en huisartsenpermanentie opgenomen moeten worden in een gedeeld centrum voor ongeplande zorg. "Vanuit medisch oogpunt kan een groot deel van de patiënten op spoed even goed door een huisarts geholpen worden." Afhankelijk van de medische situatie kan een patiënt dan doorgestuurd worden naar spoed of naar de huisarts. Een dergelijk systeem bestaat in Nederland, buiten de kantooruren, en in Engeland. 

Hoog aantal spoeddiensten
In 2015 waren er in België 139 ziekenhuissites met een spoeddienst, sommigen hebben op meer dan één site een spoed. In vergelijking met onze buurlanden zijn er bij ons uitzonderlijk veel spoeddiensten. "Dat zorgt voor een grote toegankelijkheid, maar tegelijk ook voor een versnippering van budget en personeel. Ook de spreiding over het grondgebied is niet steeds rationeel, soms vindt men twee spoeddiensten op nauwelijks enkele kilometer van mekaar, of zelfs minder", klinkt het. 

Huisartswachtposten missen doel
Daarnaast blijkt dat de huisartsenwachtposten - sinds 2003 werden er een zeventigtal opgericht en gefinancierd door de ziekteverzekering - de spoeddiensten niet verlichten. "Bedoeling was vooral om de werkomstandigheden van de huisartsen te verbeteren, maar internationaal worden ze ook beschouwd als een alternatief voor een deel van de spoedcontacten. De wachtposten hebben in ons land echter niet voor een lagere belasting van de spoed gezorgd." Bovendien ligt de werkbelasting op sommige wachtposten vrij laag, vooral ’s nachts.