1 op 5 wil geen gekleurd schoonkind

Twintig procent van de bevolking wil niet dat hun zoon of dochter zou thuiskomen met een partner met een andere huidskleur. Dat blijkt een onderzoek van Unia, het vroeger Gelijkekansencentrum, naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie.

Hoewel racisme steeds meer een culturele invulling krijgt, bestaat racistisch gedrag op basis van huidskleur nog altijd. 1 op 5 wil liever geen schoonkind te hebben met een andere tint.  “Het racisme als oordeel over iemands huidskleur blijft bestaan”, zegt Els Keytsman, Unia-directeur.

Geen verschil in generatie
“Wie denkt  dat jonge mensen minder gekant zijn tegen een partner met een andere kleur, heeft het fout. Elke generatie denkt ongeveer hetzelfde
. 17, 5 procent van de 16- tot 25-jarigen zegt het (heel) erg storend te vinden, moest hun kind later kiezen voor een vriend of vriendin met een andere huidskleur”, aldus Keytsman.

De studie wijst uit dat maar liefst een kwart van de groep tussen 56 en 65 jaar het niet ziet zitten dat de partner van hun kind een andere huidskleur heeft. In de leeftijdscategorie 36-45 jaar zei 22 procent er een probleem mee te hebben. Binnen de groep 46 tot 55-jarigen vindt 21 procent het storend.

Gescheiden werelden
"Dat jonge mensen min of meer dezelfde ideeën hebben dan de ouderen is enigszins opmerkelijk omdat de interculturele samenleving voor die generatie allang een feit is." Volgens Keytsman weerspiegelt dit de polarisatie van onze samenleving en wijst het er sterk op dat jongeren in praktijk in gescheiden werelden blijven, ook al delen ze dezelfde speelplaats of wonen ze bij elkaar in de buurt.