Vriendin Abdeslam spreekt voor het eerst

De gruwelijke aanslagen in Parijs zijn intussen al meer dan drie maanden geleden, maar de voortvluchtige Salah Abdeslam is nog steeds niet terecht. Knack sprak met de vriendin van de meest gezochte man van België. Ze vertelt er onder meer over hoe Abdeslam de dagen voor de aanslagen doorbracht, en hoe Abdelhamid Abaaoud de bron was van al het kwaad.

Salah Abdeslam is voortvluchtig sinds twee vrienden, Hamza Attou en Mohamed Amri, hem in de nacht van 13 op 14 november in Parijs gingen halen. Daar had Abdeslam deelgenomen aan de aanslagen die 132 doden eisten. Intussen is er nog steeds geen spoor van de man.

Ook Wardah, de schuilnaam van Abdeslams vriendin, kreeg het de laatste maanden hard te verduren. Ze bleef de pers vermijden, maar wilde nu voor de eerste én meteen ook laatste keer over hem spreken. “Ik ga niet akkoord met wat er allemaal over mij gezegd is in de media. Nu ben ik bereid om eenmalig te praten, maar dan wel anoniem.” Over hoe ze zich voelt bij de situatie is ze duidelijk. “Ik maak officieel een einde aan onze verloving. Ik wil verder met mijn leven.” staat er in Knack te lezen.

Slechte invloed
Het koppel was al lang samen. Toen ze Abdeslam leerde kennen was hij niet geïnteresseerd in feestjes of drank, maar toen hij Abdelhamid Abaaoud leerde kennen veranderde alles. "Ik kan alleen maar zeggen dat Salah tot dan - het was in 2011 - nooit in aanraking was gekomen met het gerecht", zegt Wardah. "Hij had een blanco strafblad. Wat er die dag precies gebeurd is, weet ik écht niet: hij wilde er niet over praten. Hij is veroordeeld, en na een maand werd hij vrijgelaten. Maar Abdelhamid (Abaaoud) heeft zes maanden vastgezeten."

Laatste ontmoeting
Drie dagen voor de aanslagen in Parijs heeft Wardah haar vriend voor het laatst gezien "Toen we op 10 november samen iets gingen eten, in de buurt van Bockstael, was het duidelijk dat er iets scheelde. Hij at niet veel, hij leek ongelukkig, maar hij verzekerde me dat alles in orde was. We hadden het over de toekomst en over trouwen. Ik zei hem dat ik er moeite mee had dat hij soms verdween, zonder enig bericht, en dat hij geen inspanningen deed om vast werk te vinden. Ik begon te huilen. Hij ook. Hij zei me dat als hij me niet tijdens het aardse leven kon huwen, we zouden trouwen in het paradijs. Ik vroeg wat hij daarmee bedoelde, maar hij wimpelde al mijn vragen af en bleef maar herhalen dat alles goed was. En dan plots moest hij er snel vandoor."