Gemeenten sporen ‘geheime’ renovaties op

Steeds meer gemeenten gaan actief op zoek naar verbouwers die 'vergeten' het extra comfort in hun woning bij het kadaster te melden. Brusselse gemeenten, waaronder de stad Brussel, Ukkel, Sint-Agatha-Berchem en Evere, verstuurden de voorbije maanden duizenden vragen om inlichtingen naar eigenaars van panden waar volgens de officiële gegevens alle comfort ontbreekt. En ook in Vlaanderen doen gemeenten extra inspanningen om het kadastraal inkomen (KI) van gerenoveerde woningen te laten herzien.

"Omdat de onroerende voorheffing een belangrijke bron van inkomsten is voor de gemeenten, stellen we de jongste drie jaar een toename van de initiatieven vast", zegt Francis Adyns, de woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën, in de kant. Voor steeds minder verbouwingswerken moet trouwens een stedenbouwkundige worden aangevraagd, waardoor de overheid minder dan vroeger weet van renovaties.

De onroerende voorheffing wordt berekend op het KI. "80 à 85 procent van de betaalde onroerende voorheffing gaat naar de gemeenten", bevestigt Jan Leroy van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Voor de gemiddelde Vlaamse gemeente is dat goed voor bijna een kwart van haar courante inkomsten.

Gemeentes lopen door het gesjoemel van verbouwers heel wat inkomsten mis, want één van hun belangrijkste inkomstenbronnen, de onroerende voorheffing, is gebaseerd op het kadaster.