Boël: "Ongelofelijk, ik ben zo blij"

Mogelijk moet koning Albert Delphine Boël toch erkennen als zijn dochter. Dat blijkt na een uitspraak van het Grondwettelijk Hof, dat oordeelde dat Boël de rechtszaak die ze tegen Albert startte, kan verderzetten. Boël is erg opgetogen met de beslissing, zo zegt ze aan VTM NIEUWS. Ik moet toegeven dat ik het eerst niet kon geloven. Nu ben ik erg emotioneel. Ik kan het niet geloven, ik ben zo blij. Het zal kinderen in soortgelijke situaties helpen. Ik ben zo gelukkig."

Boël had in 2013 bij de rechbank van eerste aanleg in Brussel een zaak gestart om ervoor te zorgen dat koning Albert haar zou erkennen als zijn biologische dochter. Maar volgens het Burgerlijk Wetboek had ze dat voor haar tweeëntwintigste moeten doen of binnen het jaar waarin duidelijk werd dat Albert haar vermoedelijke vader is. Het Grondwettelijk Hof heeft nu echter geoordeeld dat Boël in deze zaak toch niet te laat kwam.

"Albert is tot niets verplicht"

De uitspraak betekent wel niet dat koning Albert bijvoorbeeld gedwongen kan worden om DNA af te staan. Het Grondwettelijk Hof doet immers geen uitspraak over de grond van de zaak. Volgens de advocaat van Koning Albert II is de koning trouwens ook geen antwoord verschuldigd op de vraag of hij al dan niet de vader is van Delphine Boël, zolang Jacques Boël als vader erkend is. “Je kan immers geen twee vaders hebben in België,” klinkt het.

De uitspraak betekent dus niet dat Delphine Boël snel erkenning moet verwachten. “Eerst moet ze een eerste horde nemen, met name het vaderschap van Jacques Boël,” zegt VTM NIEUWS-journaliste Katrien Saelens. Hij is niet de biologische vader, maar heeft haar jaren geleden wel als dochter erkend. Pas als dat vaderschap opgeheven wordt, kan de rechtbank zich buigen over het vermeende vaderschap van de koning.

Lees hieronder de integrale uitspraak van het Grondwettelijk Hof:

Uitspraak Grondwettelijk Hof