Plan Uplace: Raad van State uit bezwaren

De Raad van State heeft ernstige bezwaren bij de nieuwe ruimtelijke plannen van de Vlaamse regering rond het winkelcomplex Uplace. De regering kan bijvoorbeeld niet zomaar zeggen dat er wordt teruggekeerd naar de oude plannen indien tegen eind 2017 niet aan twee mobiliteitsvoorwaarden is voldaan. De Raad van State plaatst nog meer kanttekeningen bij de werkwijze van de Vlaamse regering. Dat staat te lezen in een advies dat Belga heeft kunnen inkijken.

In december 2015 nam de Vlaamse regering een nieuwe horde in het Uplace-dossier. De regering-Bourgeois nam toen een beslissing over het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Dat GRUP omvat de nieuwe ruimtelijke plannen voor het veelbesproken winkelcentrum in Machelen.

Mobiliteit
Nieuwigheid waren twee bijkomende mobiliteitsvoorwaarden. Als er tegen eind 2017 geen garanties zouden zijn voor het geplande GEN-station (Kerklaan) en een pendelbusverbinding van De Lijn dan treden de nieuwe ruimtelijke plannen niet in werking en valt men terug op de bestaande plannen.

Bezwaren
Maar de Raad van State heeft bezwaren bij die werkwijze. Mobiliteitsvoorwaarden opleggen op zich is geen probleem, stelt het rechtscollege. Maar zeggen dat men zal terugkeren naar bestaande plannen indien de voorwaarden tegen eind 2017 niet vervuld zijn, vormt wel een probleem. Dat is namelijk strijdig met een bepaling in de Codex Ruimtelijke Ordening.

Verantwoordelijkheid
De Raad van State heeft nog meer opmerkingen bij de gehanteerde werkwijze. Door de realisatie van de plannen bijvoorbeeld afhankelijk te maken van anderen, zoals De Lijn, schuift de regering haar verantwoordelijkheid als ruimtelijke planner wat van zich af.

Verder merkt het rechtscollege nog een mogelijke "tegenstrijdigheid" op. Zo is het niet uitgesloten dat bepaalde onderdelen al wél voor eind 2017 in werking treden, maar nadien opnieuw "buiten werking treden" als niet aan de voorwaarden is voldaan.

Het is afwachten hoe de Vlaamse regering zal reageren op het advies. Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege geeft voorlopig geen commentaar op het advies.