Dossier Terreur in Parijs

"Salah huilde en smeekte om hulp"

Salah Abdeslam huilde als een klein kind na de aanslagen in Parijs. Dat meldt Le Parisien op basis van een verhoor van een van de verdachten, dat de krant kon inkijken. Uit de getuigenis wordt duidelijk dat niet alles volgens plan verliep voor Salah Abdeslam.

Abdeslam belde meteen na de aanslagen naar zijn neef om te melden dat hij in de problemen zat, maar die zat vastgekluisterd aan de televisie. "Ik weet niet of je het weet, maar er zijn aanslagen in Parijs aan de gang", vertelde zijn neef nog. Salah Abdeslam deed alsof zijn neus bloedde en antwoordde sarcastisch: "Aanslagen? Meen je dat?"

Daarna nam Abdeslam contact op met Hamza Attou en Mohammed Amri met de vraag hem te komen oppikken in Parijs.  “Volgens Amri klonk hij wanhopig, het was precies een kind van twaalf dat huilde aan de telefoon”, aldus Hamza Attou. “Hij smeekte ons ook om hem niet aan het wankelen te brengen.”

Tijdens de rit van Parijs naar Brussel gaf Abdeslam toe iets te maken hebben met de terreur in Parijs. “Hij weende en zei dat hij de tiende terrorist was. Salah zei ook dat hij zich ging wreken en dat mensen moesten boeten voor de dood van zijn broer.”