Komt er einde aan monopolie De Lijn?

In een nieuwe conceptnota van de Vlaamse regering, waarin de toekomst van De Lijn en het openbaar vervoer in Vlaanderen besproken wordt, wordt een einde gemaakt aan de jarenlange monopoliepositie van De Lijn. Dat schrijven de kranten van Mediahuis. De conceptnota zou vandaag op de ministerraad worden goedgekeurd.

Op dit moment belooft Vlaanderen een bushalte op 500 meter van elke voordeur. Maar dat is te duur geworden. De Lijn zal zich op termijn enkel nog bezig moeten houden met de grote verbindingen tussen steden en grotere gemeenten.

Voor het aanvullende net zal een beroep gedaan worden op meerdere partners, zoals bijvoorbeeld taxi's, buurtbusjes, deelauto's en -fietsen.

Proefprojecten
De bedoeling is om het nieuwe plan al in 2018 te laten ingaan. Maar daarvoor wordt volgend jaar gestart met drie proefprojecten in de regio's Mechelen, Aalst en de Westhoek (Oostende). 

Daarbij zal niet langer De Lijn bepalen hoeveel bussen er rijden, maar het departement Mobiliteit en Openbare Werken. De kostendekkingsgraad zal cruciaal zijn, luidt het in de conceptnota.

Gebaseerd op noden

Uitgangspunt van de conceptnota zijn de reële gebruikscijfers van de buslijnen. “Wij vinden dat we niet moeten inspelen op het aanbod aan haltes maar op de wens van de reiziger,” verduidelijkt mobiliteitsminister Ben Weyts. En daar is een belangrijke rol weggelegd voor het lokale niveau. Burgemeesters hebben op dit moment nog geen inspraak in het mobiliteitsbeleid. Dat zal binnenkort veranderen.

Op dat lokale niveau kan er ook beslist worden om heel dure belbussen, die soms aan 40 euro per rit per reiziger rondrijden, te schrappen en op zoek te gaan naar alternatieven. Zo kunnen taxi’s voordeliger ingezet worden en kunnen die beter inspelen op wat de reizigers willen.