Regeringen bereiken klimaatakkoord

De federale regering en de drie gewestregeringen zijn het eens over een Belgisch klimaatplan. Daarover is zes jaar lang onderhandeld, maar vandaag is eindelijk een akkoord bereikt, niet toevallig tijdens de belangrijke klimaattop in Parijs. De voorbije weken liepen de gemoederen geregeld hoog op, omdat de onderhandelaars er niet in slaagden een overeenkomst te bereiken, maar vanavond stelden de Vlaamse minister van Omgeving Joke Schauvliege en haar collega's het akkoord voor.

"Vlaanderen zal bijkomende inspanningen moeten doen. We zullen daarover goed moeten nadenken." Dat zegt minister Schauvliege aan VTM NIEUWS. Het gaat dan over meer windmolens en biomassa. 

Het akkoord regelt de verdeling van de Europese verplichtingen rond de reductie van broeikasgassen met 15 procent en rond de productie van hernieuwbare energie. De jaarlijkse Belgische bijdrage voor de klimaatfinanciering bedraagt 50 miljoen euro. Het akkoord legt ook de verdeling vast van de inkomsten uit de veiling van CO2-quota.

Vermindering van de broeikasgassen

De federale overheid engageerde zich ertoe 7.000 kiloton bijkomende reducties van broeikasgassen te realiseren. De drie gewesten zullen in de periode 2013 tot 2020 hun uitstoot lineair beperken. De verdeling tussen de gewesten is als volgt vastgelegd.

  • -15,7% voor het Vlaams gewest
  • -14,7% voor het Waals gewest
  • -8,8% voor het Brussels gewest

Om de Belgische doelstelling van 13 procent hernieuwbare energieproductie te bereiken verbindt het Vlaams gewest zich ertoe het aandeel hernieuwbare energiebronnen in 2020 te brengen op 2,156 Mtep (de eenheid waarin hernieuwbare energie wordt uitgedrukt). Voor Wallonië gaat het om 1,277 Mtep, voor Brussel om 0,073 Mtep en voor het federale niveau om 0,718 Mtep.

CO2-quota

Bij de verdeling van de CO2-quota, gaat van de huidige beschikbare 326 miljoen euro 10 procent naar de federale overheid, 53 procent naar het Vlaams gewest, 30 procent naar het Waals gewest en 7 procent naar het Brussels gewest. Voor de opbrengsten uit de toekomstige veiling tot 2020 gaat 9,05 procent naar de federale overheid, 52,76 procent naar Vlaanderen, 30,65 procent naar Wallonië en 7,54 procent naar Brussel.

Van de jaarlijkse bijdrage voor de klimaatfinanciering komt 25 miljoen euro van de federale overheid. Van de andere helft komt 14,5 miljoen euro uit Vlaanderen, 8,25 miljoen euro uit Wallonië en 2,25 miljoen euro uit Brussel.