Sensor in handschoen kan drugs opsporen

Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen ontwikkelen een sensor waarmee bijvoorbeeld douaniers snel kunnen testen of een verdachte stof cocaïne is. De sensor wordt ook in een handschoen ingebouwd, wat in principe analyse ter plaatse mogelijk maakt.

Een masterscriptie toont volgens de universiteit alvast veelbelovende resultaten aan. Momenteel gebruiken douaniers bepaalde kleurtesten om cocaïne op te sporen. Die testen zijn wel snel, maar de kleurverandering zou niet altijd eenvoudig te interpreteren zijn en geeft ook een vals-positief resultaat voor sommige legale middelen. Daardoor wordt sommige lading vaak onterecht vastgehouden. Daarom is ook nog een kostelijke en tijdsintensieve labotest nodig, ter bevestiging.

Aan de UAntwerpen werkt men in samenwerking met het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) en de de University California (Verenigde Staten) aan een oplossing, in de vorm van een elektrochemische (bio)sensor. Concreet wordt een verdacht staal op een met gel besmeerde sensor aangebracht. "We leggen dan een spanning aan en laten die vervolgens variëren. Krijgen we een stroomtoename bij de spanning waarbij cocaïne oxideert, dan weten we dat we met cocaïne te maken hebben", verklaart hoogleraar Karolien De Wael.

Volgens De Wael kan een sensor ook andere drugs of zelfs versnijdingsmiddelen opsporen, als die, zoals cocaïne, redox-actief zijn. "Die sensor willen we implementeren in een handschoen. Zo zullen we cocaïne ter plaatse kunnen detecteren zonder enige voorbehandeling", vervolgt De Wael. "En dat op een betaalbare manier, want we schatten de kostprijs per handschoen op minder dan een euro."

De "veelbelovende en conceptuele resultaten" zijn afkomstig uit de masterscriptie van Nick Sleegers. De scriptie staat op de longlist voor de Agoriaprijs 2015. Als een projectaanvraag wordt goedgekeurd, gaat een doctoraatsstudent aan de slag, met als doel de technologie te valideren.