Amper 1 agent zoekt online naar jihadisten

De politie heeft fouten gemaakt bij het opvolgen van drie 'jihadkampen' die in 2013 en vorig jaar hebben plaatsgevonden in de Ardennen. Dat onthult de toezichthouder Comité P in een vertrouwelijk rapport aan het parlement dat De Tijd en L'Echo konden inkijken. Daarnaast is "er een gruwelijk gebrek aan capaciteit", volgens Comité P. Dat schrijft De Standaard. Vanaf 1 januari moet een cel van de federale politie van 5 à 10 personen op het internet patrouilleren op zoek naar radicale boodschappen. Dat zegt minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon aan VTM NIEUWS. 

Op dit moment is er slechts één medewerkster van de centrale antiterreureenheid bij de federale politie die bezig is om online naar radicale boodschappen te speuren van onder meer teruggekeerde Syriëstrijders. Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) laat in De Standaard weten dat er onlangs is beslist om volgend jaar een cel internetopsporingen op te richten bij de centrale eenheden van de federale politie. "Het is niet makkelijk om mensen te vinden, want we zijn op zoek naar een zeer specifiek profiel", aldus Jan Jambon aan VTM NIEUWS. "Ik had wel het Comité P niet nodig om mij daarop te wijzen." 

Fouten

Bij het opvolgen van de 'jihadkampen' zijn er ook heel wat fouten gebeurd. Twee kampen werden georganiseerd door de PKK en Sharia4Belgium, die allebei op de lijst staan met groeperingen die de politie moet volgen. Maar de informatiedoorstroming schoot tekort: de lokale politie was van één kamp niet eens op de hoogte, waardoor de veiligheid op het spel stond toen een patrouille het kamp toevallig controleerde. "We gaan onderzoeken wat fout gegaan is", aldus Jambon. "Het was misschien fout om daar lokale politie op af te sturen, maar iedereen maakt fouten. Het is gebeurd."

Het is ook opvallend dat over de meeste 'terroristenkampen' niet eens verslagen zijn opgesteld door de politiediensten. Zo ontbreekt essentiële informatie om de activiteiten van die groepen correct in te schatten.