“Gebruik rattenvergif gericht”

In 76 procent van de in Vlaanderen ingezamelde kadavers van steenmarter en bunzing, werden sporen van rattenvergif aangetroffen in de levers. Bij 56 procent daarvan waren de waarden levensbedreigend. Dat blijkt uit een studie van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), dat oproept tot meer voorzichtigheid bij het gebruik van rattenvergif (rodenticiden).

Het INBO kon evenwel niet aantonen dat de achteruitgang van bunzing in Vlaanderen te wijten is aan het voorkomen van rattenvergif, of dat de opmars van steenmarter daardoor gestuit zou worden.

"Wat niet wegneemt dat gezond verstand zegt dat die stoffen uit de natuur gehouden moeten worden," zegt woordvoerder Koen Van Muylem. "In de eerste plaats moet ingezet worden op preventie, door ratten en muizen zowel voedsel als nestplaats maximaal te ontzeggen."

Gericht gebruik

Eénmaal ratten en muizen voorkomen, geeft Van Muylem toe dat de dieren vangen niet de meest makkelijke optie is. "We verketteren chemische bestrijding niet, maar het moet gericht gebeuren, met het juiste gif op de juiste plaats."

Ondertussen is duidelijk dat in het rivierbekken van de IJzer, de Brugse Polders, de Gentse Kanaalzone, de, Benedenschelde en rond de Maas in Limburg rattenvergif van de tweede generatie gebruikt moet worden, omdat ratten daar al resistent zijn tegen rodenticiden van de eerste generatie. Die tweede generatie rodenticiden, die overigens alleen binnenshuis gebruikt mogen worden, blijven langer in het lichaam aanwezig en zijn toxischer.

Knaagdieren op menu

De ruimtelijke ordening in Vlaanderen zorgt voor een overlap van menselijke bewoning en het voorkomen van steenmarter en bunzing. Dat confronteert die beschermde soorten met het gebruik van rodenticiden. Knaagdieren zijn een belangrijk deel van hun menu. Bij analyses, van maaginhouden van zowel steenmarter (599 magen) als bunzing (620 magen) werden respectievelijk in 34 en 41 procent van de gevallen restanten van knaagdieren aangetroffen.