1 op de 10 scholieren is zeer kansarm

Tien procent van de leerlingen in het secundair onderwijs is zeer tot extreem kansarm. Dat blijkt volgens De Morgen uit nog niet gepubliceerde cijfers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).

De laatste jaren gaat het aantal kansarme kinderen in Vlaanderen volgens Kind & Gezin in stijgende lijn. Daar zijn een aantal belangrijke oorzaken voor. Zo neemt de ongelijkheid in België de laatste decennia alleen maar toe. Bovendien speelt de toenemende versplintering van gezinnen een grote rol. Wie opgroeit in een eenoudergezin loopt meer risico op armoede - net als kinderen uit gezinnen met een migratieachtergrond.

De Vlaamse overheid meet het aantal kansarmen in het onderwijs via de zogenaamde 'Onderwijs Kansarmoede Indicator' (OKI). Die heeft vier kenmerken: 1) laag opleidingsniveau van de moeder, 2) andere gezinstaal dan het Nederlands, 3) de buurt waar het kind woont heeft een hoge mate van schoolse vertraging en 4) het krijgen van een schooltoelage. Een kind dat aan drie of vier van deze kenmerken voldoet, is zeer tot extreem kansarm. Kansarme kinderen komen vaker en sneller in een lager niveau van het onderwijs terecht.