10 keer meer spijbelaars bij bissers

Onder zittenblijvers zijn er tien keer zoveel leerlingen die geregeld spijbelen als onder niet-zittenblijvers. Het "straffen" van leerlingen die niet voldoen, baat dus niet. Het schaadt, zegt Ann Brusseel (Open Vld) maandag in De Standaard.

Uit cijfers die Vlaams parlementslid Ann Brusseel bij minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) opvroeg, blijkt dat spijbelen vaak ook volgt op zittenblijven. Onder zittenblijvers zijn er tienmaal zoveel spijbelaars (1 op de 12 leerlingen) als onder niet-zittenblijvers (1 op de 120). Het effect is des te groter in het beroepsonderwijs, waar liefst een op de zes zittenblijvers er geregeld de brui aan geeft. In het algemeen secundair onderwijs waagt maar twee procent van de zittenblijvers zich geregeld aan spijbelen.

"Zittenblijven wordt in het Vlaams onderwijs nog te veel gebruikt als stok achter de deur: pas maar op, want als je er zo je broek aan blijft vegen... Daardoor geraken velen ontmoedigd. Er moeten andere manieren te vinden zijn om hen te motiveren en hen hun leerachterstand te doen inhalen. We moeten de leerlingen ook een wortel kunnen voorhouden: een reden om beter te presteren", aldus Brusseel, die zelf in het onderwijs gestaan heeft.

Bram Spruyt, onderzoeker aan de VUB, nuanceert: "Aangezien het hier alleen om de problematische spijbelaars gaat, die dertig halve dagen afwezig blijven, is het waarschijnlijk dat de zittenblijvers voordien al spijbelgedrag vertoonden. Je mag die twee groepen leerlingen niet zo lineair met elkaar vergelijken. Ze verschillen ook nog in andere opzichten van elkaar."