"Meer investeren in rookstophulp"

Na een coaching door de tabakologen van Tabakstop is bijna de helft van de mensen, zo’n 45 procent, gestopt met roken, en een jaar later is nog altijd een derde van hen rookvrij. Dat cijfer is tien keer hoger dan de slaagkansen van wie het op eigen houtje probeert. Dat meldt Stichting tegen Kanker donderdag, dat er verder op wijst dat de overheid slechts 0,2 procent van haar fiscale inkomsten uit tabaksproducten investeert in rookstophulp. "Een schandalige wanverhouding", meent de organisatie.

In vergelijking met harddrugs als cocaïne en heroïne ligt het aantal rokers dat zonder hulp van buitenaf kan stoppen "catastrofaal laag": voor rokers ligt dat percentage op 3 à 5 procent, voor cocaïne- en heroïneverslaafden ligt dat bij een eerste poging op 15 tot 20 procent. Die afhankelijkheid heeft te maken met het feit dat rokers "veel sneller de cognitieve controle verliezen", aldus de Stichting.

Dat geneesmiddelen de ergste fysieke verlangens kunnen doen afnemen, erkent de Stichting. "Maar om definitief te stoppen moet een roker een soort rouwproces doormaken voor de genotspiek die de nicotine geeft", klinkt het. De roker moet "onder de lagen van het oppervlakkige plezier van nicotine een ander soort geluk (her)ontdekken".

Met een persoonlijke coach lukt dat tot 10 maal beter, blijkt uit het laatste rapport van Tabakstop. Maar om meer mensen aan te zetten tot stoppen met roken, moet ook de overheid meer inspanningen doen, vindt de Stichting. In 2014 investeerde de federale overheid 0,2 procent van de fiscale inkomsten uit tabaksproducten in diensten als rookstopconsultaties, projecten en -medicatie op doktersvoorschrift. "Wanneer gaat men meer investeren in anti-tabaksmaatregelen en rookstophulp, zodat er op lange termijn bespaard wordt in de uitgaven van de ziekteverzekering? ", aldus nog de organisatie.