Atalanta vliegt het vaakst in onze tuinen

Tijdens het voorbije vlindertelweekend werd de atalanta het vaakst gespot in de Vlaamse tuinen. Dat meldt Natuurpunt, dat het vlinderweekend organiseert. In de 7080 tuinen waar geteld werd, kwam de zwarte dagvlinder met oranje banden het vaakst voor. Dat komt vooral door het warme zomerweer.

De atalanta haalde het maar nipt van het klein koolwitje, dat ieder jaar goed scoort in ons land. Opvallend is dat de nummer één van vorig jaar, de kleine vos, niet eens de top drie haalt. Alles heeft te maken met het warme voorjaar. De vele droogteperiodes hebben de populatiegroei van de kleine vos vertraagd. Tegelijk trok die warmte de atalanta extra vroeg aan. De trekvlinder komt ieder jaar uit Spanje en Frankrijk naar ons land. De nakomelingen van die vlinders vliegen hier nu rond, voor ze in september weer naar het zuiden vertrekken.

En het warme weer heeft nog meer invloed op de resultaten. Zo werd de kolibrievlinder opvallend veel gezien en zeldzamere soorten als de glasvleugelpijlstaart en de keizersmantel kwamen ook vaker voor dan gewoonlijk.

Gemiddeld werden in de Vlaamse tuinen zestien exemplaren geteld van zes verschillende soorten. “Een gemiddeld jaar”, zegt Wouter Vanreusel van Natuurpunt. “Vorig jaar werden nauwelijks twaalf exemplaren van vijf soorten gezien, toen was de grootste vlinderpiek al voorbij tijdens het weekend. In een goed jaar, zoals in 2013, worden tot 26 vlinders per tuin gemeld.” Tussen de provincies is er wel wat verschil: in de provincies Limburg en Antwerpen werden meer citroenvlinders gemeld, in de provincies Oost- en West-Vlaanderen deed het oranje zandoogje het beter dan in de rest van Vlaanderen. In West-Vlaanderen houdt de kleine vos de winnaar van vorig jaar opvallend beter stand.