15% van Belgen lijdt aan slapeloosheid

Onderzoek bewijst het: vijftien procent van de Belgische bevolking lijdt aan slapeloosheid. En dat aantal blijft maar groeien.

Dat veel Belgen de slaap niet kunnen vatten, zien we aan het massale gebruik van slaapmedicatie. Cijfers van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid tonen aan dat er in 2016 in België 490 miljoen dosissen van slaap-en kalmeermiddelen werden verkocht. Om de stijgende verkoop van middelen tegen te gaan, startte minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) een campagne om het gebruik te doen minderen.

Niet alleen gebruiken meer mensen medicatie om beter te kunnen slapen, er zijn ook echt steeds meer mensen die aan slapeloosheid lijden. Dat zegt professor An Mariman van de Gentse Universitaire Slaapkliniek aan De Morgen.

Vijftien procent
“Onderzoeken wijzen uit dat bij ons vijftien procent van de bevolking aan slapeloosheid lijdt. Dat wil zeggen dat ze de voorbije drie maanden zeker drie nachten per week slaapproblemen hebben gehad. Dit kan betekenen dat ze pas na meer dan een half uur in slaap vallen, minder dan zes uur slapen, ’s nachts meer dan een half uur wakker liggen of niet voldoende gerecupereerd zijn na het slapen. Daarbij ondervinden ze ook overdag last van dat slaapgebrek.”

Muzikante en dichteres Jana Arns (35) is een van de personen bij wie slaapproblemen een grote invloed heeft op het dagelijks leven. “Soms moet ik een afspraak annuleren door de vermoeidheid”, vertelt Arns aan De Morgen. “Ik bereik nooit een diepe slaap. Voor iedere vijf minuten die ik slaap, ben ik vijf minuten wakker. In totaal lig ik zowat tien uur in bed, maar ik heb geen idee hoeveel ik dan echt geslapen heb”, voegt ze toe.

Steeds drukkere maatschappij
Mariman meent dat de toename van het probleem te wijten is aan onze steeds drukker wordende levens. Niet alleen plannen we zelf meer activiteiten ’s avonds, ook draait de maatschappij steeds sneller en wordt er steeds meer van ons verwacht. “Als we ergens tijd moeten besparen, dan doen we dat vaak op onze nachtrust en niet op onze activiteiten”, aldus Mariman.

Invloed elektronica
Ten tweede speelt ook de invloed van elektronica op ons slaappatroon een rol. “Het internet vraagt heel veel van ons”, bevestigt professor Johan Verbraecken van het Slaapcentrum UZA. “Het blauwe licht van onze laptops, tablets en smartphones onderdrukt de aanmaak van melatonine, de stof die ons slaapproces in gang zet. Maar onze hersenactiviteit wordt ook gestimuleerd door ons internetgebruik”, voegt hij toe.

Eigenlijk zouden we voor we in bed kruipen anderhalf uur offline moeten zijn. “Kinderen die niet meer met multimedia bezig zijn voor ze gaan slapen en hun brein de tijd geven om tot rust te komen na de drukte van de dag slapen beter. Ze functioneren overdag ook beter en halen betere punten op school. Er is geen enkele reden waarom dat effect op volwassenen anders zou zijn”, aldus Verbraecken.

Genen
Een derde factor die bepaalt of we slecht slapen, zijn onze genen. Net zoals onze genen bepalen of we ochtend- of avondtypes worden, ligt het ook vast of wel of niet slechte slapers zullen worden.

Oplossingen?
Mariman benadrukt wel dat dat niet wil zeggen dat we daar niets aan kunnen veranderen. “Het grootste probleem is dat we onze slaap vaak niet goed voorbereiden. Het is heel belangrijk om op vaste tijdstippen te gaan slapen en op te staan. Ook wanneer je een slechte nacht gehad hebt: probeer die niet te verbeteren door langer te blijven liggen. Dat werkt niet. Je lichaam zal zich de komende nachten automatisch proberen te herstellen door dieper te slapen.”

Bovendien is veel beweging ook belangrijk. Al sport je ook best niet te intensief vlak voor het slapengaan. Daarnaast zijn roken, alcohol, cafeïne en slapen met een lege maag ook nefast. Nog een dooddoener voor je slaap: piekeren. “Iedereen wordt ’s nachts meermaals wakker. Alleen beseffen we dat doorgaans niet eens. Er te veel over nadenken, kan leiden tot een probleem”, benadrukt Mariman.