Zes vervolgingen voor dood baby

Vier mensen en twee vennootschappen moeten voor de correctionele rechtbank verschijnen voor de onopzettelijke dood van een baby in het ziekenhuis van Knokke-Heist. Alle betrokkenen hadden gevraagd om buiten vervolging gesteld te worden.

Baby Jasper was amper acht maanden oud toen hij in november 2012 een routinecontrole moest ondergaan in het ziekenhuis van Knokke-Heist. Bij het ontwaken kreeg hij in plaats van zuurstof lachgas toegediend. De operatie vond plaats in een gloednieuwe operatiezaal. In het nieuwe toestel waren de leidingen voor beide gassen omgewisseld. Jasper belandde in een coma en overleed vier dagen later.

Gebrek aan voorzorg

Volgens het parket was er duidelijk sprake van een gebrek aan voorzorg. Daarom vroeg het om de anesthesist, het diensthoofd, de technisch directeur en de algemeen directeur van het ziekenhuis te vervolgen. Ook voor het ziekenhuis zelf en NV Heyer, het bedrijf dat de nieuwe operatiezaal plaatste, vroeg het parket de verwijzing naar de correctionele rechtbank. De raadkamer van Brugge volgde de stelling van het parket en de burgerlijke partijen.

Derde anesthesiste

De derde anesthesiste die op de fatale dag aanwezig was, werd wel buiten vervolging gesteld. De vrouw kwam als laatste bij baby Jasper. Zonder te weten wat er precies aan de hand was, diende ze het jongetje nog zuurstof toe. Hierdoor bleef het slachtoffer nog enkele dagen in leven. Het parket had zelf gevraagd om haar buiten vervolging te stellen. Ook de burgerlijke partijen konden zich hierin vinden.

De verdediging kan nog beroep aantekenen tegen de beslissing van de raadkamer. Het gaat dan enkel om procedurele argumenten. Tegen de verwijzing op zich is geen beroep mogelijk.