VAB wil herziening tweedehandskeuring

De verplichte tweedehandskeuring verschaft onvoldoende informatie over de toekomstige bedrijfszekerheid van het gekeurde voertuig. Dat heeft mobiliteitsclub VAB geconcludeerd nadat uit een studie van de Europese Unie uit oktober 2014 gebleken was dat 4 op de 10 tweedehandswagens in België binnen het jaar na aankoop defect gaan.

VAB ging op zoek naar de oorzaak voor dat slechte cijfer en vond een verklaring in de tweedehandskeuring. Die betreft momenteel grotendeels een louter visuele controle, en er is onvoldoende tijd om enkele kritische aspecten diepgaander te controleren, klinkt het bij VAB.

De mobiliteitsclub vraagt daarom "een grondige hertekening van deze verplichte tweedehandskeuring, zodat kopers van een tweedehandsvoertuig een beter advies krijgen over het risico op toekomstige defecten en dus kunnen ingrijpen om die te voorkomen, of kunnen afzien van de koop".

VAB pleit voor een betere bescherming van de consument. Dit kan door de tweedehandskeuring anders in te vullen en kopers van tweedehandswagens te sensibiliseren, zodat ze een testrit maken en een verkoopovereenkomst sluiten onder de opschortende voorwaarde dat de wagen een positieve tweedehandskeuring heeft ondergaan.

Een heroriëntatie van de verplichte tweedehandskeuring kan volgens VAB door enkele minder essentiële visuele controles te schrappen en door de keuring te richten op de vaakst voorkomende defecten bij tweedehandswagens.

Vandaag worden volgens VAB heel wat zaken gecontroleerd die op zich wel hun belang hebben, maar die door de koper gemakkelijk zelf kunnen worden gecontroleerd, zoals bijvoorbeeld de verbanddoos, de gevarendriehoek, het reservewiel, de brandstofdop en het brandblustoestel.