Meer kanker door dioxinecrisis

De dioxinecrisis uit 1999 had zwaardere gevolgen voor de volksgezondheid dan tot nu toe werd aangenomen. Dat heeft professor Nik Van Larebeke (UGent en VUB) maandag verklaard in TerZake. Er is sprake van 20.000 extra kankergevallen bij vrouwen, 22.000 meer gevallen van diabetes en 24.000 bijkomende gevallen van hoge bloeddruk, concludeert Van Larebeke op basis van onderzoeken.

De dioxinecrisis brak los in 1999, nadat was gebleken dat de giftige stof dioxine in de voedselketen terecht was gekomen. "Ik heb altijd gezegd dat die dioxinecrisis een ramp is geweest voor de volksgezondheid", aldus Van Larebeke, die specialist is in de ontstaansmechanismen van kankers. De ernst van de zaak is "door sommigen een beetje onder tafel geborsteld, door een aantal politici althans". Zo zou een gemiddelde Vlaming 2,5 procent meer kans hebben op suikerziekte dan voor de dioxinecrisis, maar ook 0,9 procent meer kans op hypertensie en bij vrouwen zou er 1,8 procent meer kans zijn op kanker.

Van Larebeke geeft toe dat het moeilijk is een oorzakelijk verband aan te tonen tussen één kankergeval en de crisis. "Op dit ogenblik is het onmogelijk die cijfers echt precies te berekenen en hard te maken, maar het is mijn inziens evident dat de dioxinecrisis duizenden gevallen van ernstige ziekten heeft veroorzaakt", luidt het.

Europees parlementslid Bart Staes (Groen) meende in het Canvas-programma dat de situatie tussen einde jaren tachtig en nu op het vlak van de voedselveiligheid "dag en nacht" verschilt, maar waakzaamheid blijft geboden. Een dergelijke vervuiling zou volgens hem sneller gedetecteerd worden, al kan je niet zeggen dat ze nooit meer kan gebeuren.