25 jaar geleden was er even geen koning

Dag op dag is het 25 jaar geleden dat de Belgische regering de abortuswet goedkeurde. Een wet met een groot maatschappelijk belang, maar ook een mijlpaal in de geschiedenis van de Belgische staat. De wet betekende voor ons land een van de grootste institutionele crisissen.

Wilfried Martens en zijn regering kregen de wet op 29 maart 1990 gestemd in de Kamer. Toch kon de wet er niet komen, koning Boudewijn liet aan de premier weten dat hij de wet niet wou ondertekenen. Het ging in tegen zijn diepste overtuigingen. De regering probeerde de koning nog te overtuigen, maar die hield voet bij stuk. Een oplossing leek onmogelijk, maar een ongezien scenario bracht toch soelaas.

De ministerraad stelde namelijk dat de koning in de onmogelijkheid verkeerde om te regeren. In dat geval bekrachtigen de ministers zelf de wetten. De koning buitenspel gezet dus, naast de Koningskwestie meteen de grootste institutionele crisis van het land. In de nacht van 3 op 4 april keuren de ministers de wet goed en kondigen ze hem meteen af. Meteen daarna laat de koning aan premier Martens weten dat de onmogelijkheid van zijn regeren voorbij is.

Opvallend: de bevolking weet pas op 4 april dat er een crisis is, want pas dan raakt het nieuws bekend dat er geen koning is. Een dag later, op 5 april, is er terug een koning. Kamer en Senaat komen samen en beslissen dat de koning terug kan regeren. Einde van de crisis, maar wel het begin van een debat dat nog steeds loopt: wat met de rol van de koning. Een puur ceremoniële functie lijkt de oplossing, maar komt er niet door, wegens te veel aanpassingen aan de grondwet. Toch zijn de meeste partijen voor zo’n aanpassing.