Grondwettelijk Hof bekijkt afkoopwet

De wet die toelaat dat fraudeurs hun proces afkopen, werkt volgens critici discriminerend. Door een procedure in een Gentse rechtszaak zal het Grondwettelijk Hof dat nu moeten evalueren. Dat bericht De Standaard vandaag.

De "verruimde minnelijke schikking", zoals de afkoopwet officieel heet, zou klassenjustitie in de hand werken omdat ze in de eerste plaats dient om grote fraudezaken gezwind af te handelen. In die grote fraudezaken zijn de verdachten dikwijls rijke bedrijven of personen.

Strafpleiter Joris Van Cauter stelde aan het Gentse parket voor dat een cliënt van hem ook zo'n minnelijke schikking kreeg. De man, een bankbediende, wordt ervan verdacht een grootbank te hebben bestolen voor minstens 158.000 euro. Nadat het onderzoek was afgesloten, betaalde hij dat bedrag terug. Het parket van Gent ging niet in op de vraag om de zaak te regelen met een minnelijke schikking en besloot om de man te vervolgen. De raadkamer verwees de man op vordering van het parket door naar de strafrechter. Tijdens de beroepsprocedure voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) vroeg Van Cauter dat het Grondwettelijk Hof moet uitmaken of de afkoopwet bepaalde grondrechten schendt. De KI ging daarmee akkoord.