Meer treinen rijden door rood licht

In 2014 zijn er 66 treinen door het rood licht gereden. Dat is een stijging tegenover 2013, toen er 56 treinen door het rood reden. Vergeleken met 2010 is het een daling met 37 procent. Toen reden er 104 treinen voorbij een rood sein. Dat meldt spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel.

Op de hoofdsporen van het Belgische netwerk rijden er ongeveer 1,3 miljoen treinen. Het aantal seinvoorbijrijdingen voor het reizigersverkeer daalde in 2014: 34 tegenover 36 in 2013. Vergeleken met 2010 merkt Infrabel een daling met ongeveer 50 procent (67). Het aantal seinvoorbijrijdingen door goederen- en werktreinen steeg wel in 2014: 32 tegenover 20 in 2013. Ten opzichte van 2010 noteert Infrabel een daling met ongeveer 14 procent (37). Het aantal seinvoorbijrijdingen dat een potentieel gevaarlijk punt bereikt, zoals de kruising met een ander spoor aan een wissel, steeg in 2014: 38 keer tegenover 29 keer in 2013. In 2010 was dat nog 51 keer. Tot slot stelt Infrabel vast dat er de voorbije twee jaren steeds minder treinen op de hoofdsporen voorbij het zelfde rood sein rijden.

Sinds eind 2013 beschikt de volledige vloot van reizigerstreinen van de NMBS over het automatische stopsysteem TBL1+. Bovendien heeft NMBS Logistics zijn inspanningen voortgezet om de vloot progressief uit te rusten met TBL1+. Infrabel werkt voor de hoofd- en de bijsporen samen met alle spooroperatoren aan nieuwe veiligheidsacties. Het betreft onder andere risicobeperkende maatregelen in de organisatie van het volledige spoorverkeer, zoals de studie voor het optimaliseren van de communicatie en de richtlijnen voor de treinbestuurders in het kader van de uit te voeren treinritten. Er is ook de studie om het aantal rode seinen tijdens de treindienst te verminderen door aanpassingen in de treindienstregeling. Voor de begeleiders van de werktreinen organiseert Infrabel onder meer opleidingen met als doel de terreinkennis te optimaliseren.