In twee jaar tijd 22 % meer spijbelaars

Voor het schooljaar 2013-2014 werden in het Vlaams onderwijs in totaal 9.117 spijbelaars geregistreerd. Dat zijn er 1.641 (21,9 procent) meer dan tijdens het schooljaar 2011-2012, toen er 7.476 geteld werden. Tijdens het schooljaar 2012-2013 werden er 8.100 geregistreerd. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams Onderwijsminister Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Kathleen Helsen (CD&V).

Een leerling wordt als spijbelaar beschouwd als hij gedurende een schooljaar minstens 30 halve dagen problematisch afwezig was. In het kleuteronderwijs steeg het aantal meldingen van 197 voor het schooljaar 2011-2012 tot 220 voor 2013-2014. In het lager onderwijs was er in die periode een toename van het aantal van 1.224 tot 1.921 en in het secundair onderwijs een stijging van 6.055 tot 6.756. Het gaat hierbij enkel om kinderen die leerplichtig zijn. Spijbelaars ouder dan 18 worden dus niet meegeteld.

"Met de gegevens waarover we beschikken is het niet mogelijk om uitspraken te doen over de oorzaken van deze stijging en is het ook niet mogelijk om het effect van het actieplan te meten", aldus Crevits. De minister verwijst hierbij naar 'het actieplan spijbelen en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag’ dat haar voorganger op Pascal Smet in maart 2012 lanceerde.

"Ik wil in de eerste plaats inzetten op preventieve acties om spijbelgedrag te voorkomen. Samen met lokale besturen, de CLB's en andere lokale partners bekijk ik hoe men lokaal een aanklampend beleid kan uitwerken voor die jongeren die spijbelen en dreigen de school vroegtijdig te verlaten. Ik werk aan een geïntegreerd beleid uit om schools falen, een verkeerde studiekeuze en een gebrek aan motivatie terug te dringen", lichtte Hilde Crevits nog toe.